Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boiler - (heetwaterreservoir)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

boiler zn. ‘heetwaterreservoir’
Nnl. boiler ‘id.’ [1938; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels boiler, dat letterlijk ‘kookapparaat’ betekent, een afleiding van het werkwoord boil ‘koken’, ontwikkeld uit Middelengels boilen, dat ontleend is aan Oudfrans boillir ‘koken’ < Latijn bullire, zie → bouillon.

EWN: boiler zn. 'heetwaterreservoir' (1938)
ANTEDATERING: boiler, bad, kranen, douche en leiding [1916; Nieuwsblad van het Noorden (KB) 15/2]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boiler [warmwaterreservoir] {1901-1925 in de betekenis ‘stoomketel, koker’} < engels boiler [koker], van to boil [koken] < oudfrans boillir (vgl. bouillon).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

boiler (Engels boiler)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

boiler [boiluh] {koker} apparaat dat een voorraad water verwarmt en op temperatuur houdt.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

boiler zn. Ontleend aan het Engels.
= warmwaterketel, warmwatervat, warmwatertoestel.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

boiler warmwaterreservoir 1938 [Aanv WNT] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

boiler, plural boilers, de ['bɔjlər/s] Koenen 1974; Van Dale 1976. Compounds/derivations: boilerfabrikant, boilerspecialist; aardgasboiler. Loanword from English boiler n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal