Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bofroe - (Zuidamerikaanse tapir)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bo’froe (de, -s), Zuidamerikaanse tapir (Tapirus terrestris). De bofroe vormt een gezocht jachtwild omdat het dier een paar honderd kilo vlees levert, dat als buffelvlees smaakt (Geijskes 1954: 74). Ook in OJ. - Etym.: S. Volgens Wooding (119-120) is het woord afgeleid van het Ashanti-woord (West-Afr.) ‘obofo’ (een kortere vorm van ‘obofu agoro’), wat ‘dans voor de geest van de buffel of van de olifant en dans van de jager’ betekent. NB: De tapir heeft enige gelijkenis met een buffel. - Syn.: buffel*, boskoe*, woudezel*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal