Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boes - (deel van de koestal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

boes zn. ‘deel van de koestal’
Vnnl. boes ‘id.’ [1662; WNT].
Mnd. bos ‘veestal’ (nnd. dial. banse ‘korenschuur’); ofri. boes-, bōs-; ne. verouderd, en dialectisch boose ‘stal’; on. báss ‘deel van een stal’ (nzw. bås). Hiernaast staan vormen met -t- in het achtervoegsel: mnl. banste ‘schuur’ [1228-1349; MNW]; got. bansts ‘schuur’. Wrsch. is hier sprake van twee verschillende vormen bij dezelfde wortel: pgm. *ban-sa- en *ban-sti-. De combinatie *ban-s- ontwikkelt zich in de Noordzee-Germaanse dialecten tot *-ōs-. Ook de on. vorm gaat terug op pgm. *-ans-.
Het is niet zonder meer duidelijk waarmee de stam *ban(s)- te verbinden is. Een voorstel is ontwikkeling uit pgm. *band-sa-, *band-s-ti- bij het werkwoord *bindan- (zie → binden), hoewel afleidingen met het achtervoegsel *-ti- gewoonlijk de nulfase van de wortel vertonen, bijv. ohd. kunst ‘kennis, kunde’ bij *kannjan ‘kennen’, runst ‘stroom’ bij rinnan ‘stromen’, giswulst ‘gezwel’ bij *swellan ‘zwellen’ of got. brunsts ‘brand’ bij brinnan ‘branden’. Een semantisch bezwaar tegen deze verklaring is ook de oorspr. betekenis ‘gevlochten wand’, die men dan moet aannemen (Toll.). Die spreekt niet vanzelf. Het Germaans kende immers een werkwoord voor het begrip → vlechten, en een zn.horde voor ‘gevlochten wand’. Een andere mogelijkheid is afleiding van het werkwoord *bannan- ‘bevelen, inperken’, mede omdat in geen van de Germaanse talen een -d- in het woord is overgeleverd. De semantische ontwikkeling is dan echter onduidelijk. Aan beide voorstellen kleven te veel bezwaren om echt te overtuigen. Gezien het betekenisveld en de beperkte verspreiding (geen verwanten buiten het Germaans) moet dit een substraatwoord zijn.
Lit.: E. Dick (1993) ‘Bast und Bastard: ein Versuch zu einer unerklärten Wortgruppe’ in: B. Brogyanyi e.a. Comparative-Historical Linguistics: Indo-European and Finno-Ugric (= Current Issues in Linguistic Theory 97) Amsterdam, 307-340

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boes* [deel van koestal] {1662} middelnederduits, oudfries bōs [koestal], oudengels bosig [krib], oudnoors bāss [plaats van de koeien in de stal], verder gotisch bansts [schuur], nederduits banse [korenzolder], middelnederlands banst [van stro of biezen gevlochten korf]; buiten het germ. wellicht grieks phatnè [krib, ruif], gallisch benna [rieten wagenbak]; indien verwant met binden is de grondbetekenis dus ‘vlechtwerk, bindwerk’, vgl. middelnederlands bantgarde [twijg, rijs om te binden] → ben.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boes znw. v. ‘deel van de koestal, waar de koeien met hun achterpoten staan’ (zuidholl.), vgl. mnd. bōs, oostfri. būs, ofri. bōs ‘koestal’, oe. bōsig ‘krib’ (ne. boose), on. bāss ‘plaats der koeien in de stal’ ontstaan uit *bansa, vgl. nd. banse ‘korenzolder’ en got. bansts ‘schuur’ (verder ook onfrank. bōst ‘huwelijksverbinding’). — De grondvorm is *bandsa dat tot het ww. binden behoort (K. F. Johansson IF 19, 1906, 116). De naam slaat dus oorspr. op het vlechtwerk, waarmee de schuur gemaakt werd. — gr. phátnē, páthnē ‘plaats der koeien, krib’, lit. bandà ‘vee’, gall. benna ‘tweewielige wagen met gevlochten zitplaats’ (waarvoor zie: ben 1).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boes v. (achterdeel van den koestal), is Fri. voor bans + Ndd. banse = schuur, Fri. bús, Eng. boose, On. báss (Zw. s, De. baas) = stal, Go. bansts = schuur + Gr. páthnē, phátnē = krib: wellicht van den wortel van binden, en = plaats waar men 't vee vastbindt.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal