Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boeroe - (boer)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

boe’roe (de, -s), 1. syn. van boer* (1): z.a. Tussen haakjes, wie in Suriname ‘boeroe’ zegt, denkt aan een Hollander uit het verre Twente. Daar kwamen de eersten vandaan, ook van de Veluwe, met de bedoeling hier landbouw te gaan doen (Hangalampoe 1 (6): 10; 1975). - 2. syn. van boer* (2). - 3. syn. van boer* (3). Veelal worden ook tot de Boeroe’s gerekend afstammelingen van andere Europese geslachten, vaak afkomstig van voordien plaats gevonden kolonisatiepogingen, die gesproten zijn uit copulatie-verbindingen met een vrouwelijke afstammeling der kolonisten van 1845 (J.G. Gemmink in Helman 1977: 241). - 4. scheldwoord voor Nederlander. - Etym.: S, van AN boer. - Zie ook: landbouwer*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal