Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boekenwurm - (iemand die voortdurend met z'n neus in de boeken zit)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

boekwurm s.nw.
1. Wurm wat aan boeke of papiere vreet. 2. Iemand wat baie hou van lees of studeer.
Uit Ndl. boekenwurm, 'n wisselvorm van boekworm (1599 in bet. 1, 1836 - 1837 in bet. 2), in bet. 2 skertsend so genoem omdat iemand wat baie hou van lees of studeer en daarom gedurig sy kop in 'n boek inwurm, aan 'n boekwurm (boekwurm 1) herinner. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Bücherwurm, Eng. bookworm (1599 in bet. 2).

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

boekenwurm: iemand die voortdurend met de neus in de boeken zit, iemand waarmee men weinig kan converseren. Vgl. kamergeleerde*.

Zit hij steeds vlijtig aan zijn schrijftafel, dan is hij een boekenwurm, die door al het stof, dat uit zijn papieren opvliegt, niet meer ziet, hoe het in de wereld toegaat, dan is hij een man van. de wereld, dan scheldt men hem uit voor lui en oppervlakkig. (De Groene Amsterdammer, 25/08/1889)

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

boekenwurm (vert. van Engels book worm)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal