Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boegspriet - (schuine ra aan voorsteven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

boegspriet zn. ‘schuine ra aan voorsteven’
Vnnl. boechspriet ‘schuin omhoog uit de voorsteven stekende ra’ [1521; MNHWS].
Gevormd uit → boeg en → spriet.
Mnd. bughspret [1465], baghspret, bogspret (nnd. bugspriet); nhd. (< mnd.) Bugspriet; nfri. boechspriet [1835; WFT]; me. bouspret [13e eeuw] (vne. bou-spritte [1500]; ne. bowsprit); nde. bugspryd; nzw. bogspröt.
De samenstelling is in het Nederlands of het Nederduits ontstaan en dus wrsch. niet in het Engels, waar bow ‘boeg’ pas in 1626 geattesteerd is en waar talloze varianten als boresprit, boldsprit erop wijzen dat het verband met bow ‘boeg’ niet werd begrepen. Bowsprit is in het Engels voor 1590 ook slechts enkele malen geattesteerd. Het Deens en het Zweeds hebben het woord wrsch. ontleend aan het Nederduits, andere talen wrsch. aan het Nederlands: Frans beaupré; Italiaans bompresso; Spaans baupres; Portugees garupés. Voor Oudfrans bosprete [1350] wordt ook ontlening via het Middelengels voorgesteld; de huidige vorm beaupré [1516] is ontstaan onder invloed van de vormen beau ‘schoon, mooi’ en pré ‘voor’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boegspriet* [uitstekend rondhout voor touwwerk] {boechspriet 1521} gevormd van boeg + spriet1, reeds in 1465 middelnederduits bughspret, wat vermoedelijk de oudste vorm is.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boegspriet znw. m., sedert Kiliaen gevormd uit boeg en spriet (het nd. bugh-, baghspret is reeds 1465 in Greifswald opgetekend; dus oudere bron dan het nl. woord). De europese benamingen kunnen dus deels van het nd. uitgegaan zijn (zoals de. bugspryd, zw. bogspröt), deels van het nl. zoals me. bouspret (± 1330), ne. bowsprit, fra. beaupré (M. Valkhoff 55), spa. baupres, port. garupés (Valkhoff, Album Verdeyen 332).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

boegspriet znw., sedert Kil. Uit boeg en spriet samengesteld. Uit het Ndl. resp. Ndd. (mnd. bôchsprêt) komen hd. bugspriet o., eng. bowsprit, de. bugspryd, zw. bogspröt, fr. beaupré “boegspriet”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boegspriet ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ -> Engels bowsprit ‘uitstekend rondhout voor touwwerk; menselijke neus (scherts, verouderd)’; Duits Bugspriet, Spriet ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens bovspryd ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’; Noors baugspryd ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds bogspröt ‘uitstekend rondhout aan de voorzijde van een zeilschip’; Fins puugprööty ‘uitstekend rondhout aan voorzijde zeilschip’ <via Zweeds>; Ests pukspriit ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans beaupré ‘scheepsmast, bijna overdwars’; Italiaans bompresso ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ <via Frans>; Spaans bauprés ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ <via Frans>; Portugees garupés ‘uitstekend rondhout aan de voorzijde van een zeilschip’; Pools bukszpryt ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ (uit Nederlands of Nederduits); Russisch búgšprit ‘de schuin naar voren over de boeg heen liggende mast; (boeventaal, ironisch) grote neus’; Bulgaars bugšprit ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ <via Russisch>; Lets bugsprits ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’; Litouws bušpritas ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’; Grieks mpompreso /bompreso/ ‘uitstekend rondhout aan voorzijde zeilschip’ <via Italiaans>; Esperanto busprito ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’ <via Duits>; Javaans besprit ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’; Negerhollands bousplit ‘uitstekend rondhout voor touwwerk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

boegspriet* uitstekend rondhout voor touwwerk 1521 [HWS]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal