Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blues - ((melancholische) muziek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

blues zn. ‘(melancholische) muziek’
Nnl. Blues ‘id.’ [1936; WNT Aanv.].
Ontleend aan Amerikaans-Engels blues ‘bepaald soort jazz-muziek’ [1917], een muziekstijl die in de tweede helft van de 19e eeuw ontstond. De naam houdt vermoedelijk verband met Engelse uitdrukkingen als have the blues ‘in een bedrukte stemming zijn’, en verder feel blue ‘terneergeslagen zijn’, look blue ‘er triest uitzien’ en a fit of the blues ‘melancholie, extreme terneergeslagenheid’, zie → blauw.
Oorspr. had bluesmuziek niet per se zwaarmoedige teksten, hoewel die overheersten; kenmerkend zijn in elk geval de vele blue notes, kleine in plaats van de verwachte grote tertsen, die een melancholische indruk wekken.

EWN: blues zn. '(melancholische) muziek' (1936)
ANTEDATERING: Blues op blues ... spelen zij [1923; iWNT tango I]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blues [muziek] {1926-1950} < engels blues, genoemd naar de kenmerkende, incidentele verlagingen van de derde, vijfde en zevende toontrap, de blue notes.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

blues s.nw.
Musiek, gewoonlik klaerig of treurig, van swart Amer. oorsprong.
Uit Eng. blues (1912).
Die musiek word so genoem n.a.v. die 'blue notes' of 'droewige note', d.i. note wat gebuig word om die klaerige, treurige toon voort te bring.
Ndl. blues (1926 - 1950).

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

blues [bloe:z] 1. muziekstijl die aan de basis ligt van vrijwel alle Amerikaanse populaire muziek, en ook een groot deel van de Europese van na de tweede wereldoorlog. Basisvorm is een schema van 12 maten, volgens de lijn do fa do so fa do, meestal 4/4 gespeeld. Teksten, indien aanwezig, bespreken meestal de minder opgewekte kanten van het leven: veel regen, kapotte relaties, armoe en eenzaamheid. Ontstaan onder de zwarte bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten; 2. sombere, melancholieke stemming.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

blues zn. Ontleend aan het Engels.
[psychologie] = weemoed, droefheid, melancholie, droefstemmigheid. Zachtjes, ze heeft last van melancholie.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

blues muzieksoort 1936 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal