Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bloomer - (knickerbocker voor een vrouw)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bloomer [knickerbocker voor een vrouw] {1899} < engels bloomer, genoemd naar de Amerikaanse feministe Amelia Jenks Bloomer (1818-1894), die omstreeks 1851 in het feministische maandblad ‘The Lily’ het dragen van dergelijke (meer functionele) broeken propageerde.

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

bloomers [bloe:muhz] ruimzittende, soms poffende damesonderbroek. Oorspr. (1868) een kostuum bestaande uit een tamelijk korte rok over een lange, ruimvallende broek die bij de enkels wordt bijeengenomen, zoals gedragen en populair gemaakt door de Newyorkse Mrs. Amelia Jenks Bloomer.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal