Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blaai - (ophef, drukte)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blaai* [ophef, drukte] {1881} van middelnederlands bla(e)yen [waaien, wapperen, zwaaien] {1276-1300} verwant met oudhoogduits blajan en met blazen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

blaai(e) 1 zn. m.: valse praal, bluf, kouwe drukte; bluffer, opsnijder. Ook Ovl. en Wvl. Mnl. blaeyen ‘waaien, wapperen’, D. blähen ‘opblazen’, Ohd. blâen, blâjan, Mhd. blæjen, blægen, blæwen, blagen, E. to blow ‘blazen, waaien’, Oe. blâwan, Lat. flare < Idg. *bhlê < *bhel ‘opblazen, opzwellen’. Blaai is dus iets wat opgeblazen is, wat groter schijnt dan het is. Vgl. snoeven ‘blazen’. Afl. blaaien ‘opscheppen’, blaaier(d), blaaimaker.

blaaie 2, plaaie, plaaite zn.: ondiepe plas, ondergelopen land. Zelfde woord als blaaie 1. Vgl. bleine. Of – volgens Weijnen – teruggaand op bet. ‘glanzend, wit’, zoals in Russisch bélyj ‘wit’, E. bald ‘kaal’, Ouddalmatisch balta ‘moerasmeer’ (Baltische Zee), Lit. balà ‘poel’, Russisch bil, bolóto ‘moeras’, Oubulg. blato ‘moeras’.

blagaai, bagaai zn.: grootspraak, kouwe drukte, snoeverij, windmakerij, bluf. Het woord kan afgeleid zijn van blage, blageren, blageur, maar het kan ook een contaminatie zijn van blage en blaai, synoniem met blagaai. Vgl. Wvl. bagaaimaker (De Bo).

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

blaai 1 (E, G, W, ZO, ZV), zn. m.: valse praal, bluf, kouwe drukte; bluffer (ZV). Ook Wvl. Mnl. blaeyen 'waaien, wapperen', D. blähen 'opblazen', Ohd. blâen, blâjan, Mhd. blæjen, blægen, blæwen, blagen, E. to blow 'blazen, waaien', Oe. blâwan, Lat. flare < Idg. *bhlê < *bhel 'opblazen, opzwellen'. Blaai is dus iets wat opgeblazen is, wat groter schijnt dan het is. Vgl. snoeven 'blazen'. Afl. blaaien 'opscheppen', blaaier(d), blaaimaker.

blaaie (ZV), zn. v.: koeienvlaai; ondiepe plas. Ongetwijfeld zelfde herkomst als blaai 1.

blagaai (ZV), bagaai (ZV), baga (W), zn. m.: grootspraak, kouwe drukte, snoeverij, windmakerij, bluf. Het woord kan afgeleid zijn van blage, blageren, blageur, maar het kan ook een contaminatie zijn van blage en blaai, synoniem met blagaai.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

blaai valse glans (wvla.), ophef (znl.). (West-Vlaanderen, Zuid-Nederland). Afl. bij blaaien ↑ ‘ophef maken, waaien, laaien’.
De Bo 122, WNT II 2754-2755.

blaoie ondiepe plas, plas (Zeeland). Van een oude basis die ‘glanzend, wit’ betekent, zoals in russ. bélyj ‘wit’, eng. bald ‘kaal’, ouddalmatisch balta ‘moerasmeer’, het toponiem Baltische zee, lit. balà ‘poel’, russ.dial. bil ‘moeras’, oudbulg. blato ‘meer’, russ. bolóto ‘moeras’.
Ghijsen 104, IEW 118-120.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

blaai, zn. m.: ijdel vertoon, pralerig vertoon, valse praal, bluf. Zoals Wvl. blaaien ‘blaken, schitteren’, Mnl. blaeyen ‘waaien, wapperen’, D. blähen ‘opblazen’, Ohd. blâen, blâjan, Mhd. blœjen, blœgen, blœwen, blagen, E. blow ‘blazen, waaien’, Oe. blâwan, Lat. flare < Idg. *bhlê < *bhel ‘opblazen, opzwellen’. Blaai is dus iets wat opgeblazen is, wat groter schijnt dan het is. Vgl. snoeven ‘blazen’. Samenst. blaaimaker ‘opschepper, snoever, blagueur’. Ook blagaai.

blagaai, zn. m., syn. met blaai. Wellicht contaminatie van blagen, blagueur en blaai. Samenst. blagaaimaker ‘opschepper’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal