Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bivakkeren - (gelegerd, gevestigd zijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bivak zn. ‘legerplaats’
Nnl. bivouac “bijwacht, nachtveldwacht (der soldaten) onder den blooten hemel” [1824; Weiland], bivak ‘id.’ [1852; WNT].
Ontleend aan Frans bivouac ‘veldwacht, buitengewone wacht, legerplaats in de open lucht’ [1690; Rey], ouder bivoie [1650; Rey], dat weer ontleend is aan een Germaanse vorm, wrsch. aan Zwitsers-Duits Biwacht, nevenvorm van Beiwacht, uit bei (zie → bij 1) en Wacht bij het werkwoord wachten ‘waken’, zie → wacht, zoals ook in vnnl. bijwacht ‘bivak’.
Vercoullie meent dat Frans bivouac aan mnl. biwake ontleend is. NEW stelt terecht dat dit niet wrsch. is, omdat het woord pas vanaf 1650 in het Frans voorkomt.
bivakkeren ww. ‘gelegerd, gevestigd zijn’. Nnl. bivouaqueren ‘in de open lucht de wacht houden’ [1824; Weiland]. Ontleend aan Frans bivouaquer ‘id.’ [1791; Rey].

EWN: bivak zn. 'legerplaats' (1824)
ANTEDATERING: Bivouac 'legerkamp te velde' [ca. 1790; Beschrryving, 74]
Later: noyt onder dak ... immer in "bivak" [1803; Plat du Temple 4, 120] (EWN: 1852)
EWN: ♦ bivakkeren ww. 'gelegerd, gevestigd zijn' (1824)
ANTEDATERING: bivouaqueerde de geheele nagt [1794; Jaerboeken 1, 413]
Later: gebivakkeerd [1814; Opregte Haarlemsche courant (KB)10/3]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal