Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bismut - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bismut [scheikundig element] {1720} < modern latijn bisemutum, hoogduits wis(se)mut, middelnederduits wesemod, dat mogelijk stamt van arabisch ithmid [antimoon].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Bismutum, bismuthum (Bi, 83). In vroegere tijden werd dit metaal vaak verwisseld met tin of lood. De naam komt reeds voor in de 13e eeuw bij Albertus Magnus, zekere gegevens eerst in de 15e eeuw. Nauwkeurige onderzoekingen van Pott (1692—1777) en Bergmann in 1739 en van Claude Geoffroy (1685—1752) bewezen de specifieke natuur van het metaal. De oorsprong van den naam is zeer onzeker. Volgens sommigen zou de Duitse naam Wismut de oudste zijn en ontstaan uit den naam van de eerste vindplaats Wiesen bei Schneeberg en muten = naar erts zoeken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bismut ‘scheikundig element’ -> Indonesisch bismut ‘scheikundig element’; Japans † bisumitto ‘scheikundig element’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bismut scheikundig element 1720 [WNT wit I] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal