Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bis - (tweemaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bis bw. ‘nog eens, tweemaal’
Nnl. bis [1824; Weiland].
Ontleend aan Latijn bis ‘tweemaal, op twee manieren’ < Vroeglatijn dvis, van het telwoord duo ‘twee’, verwant met → twee.
Het woord is in gebruik gekomen via de opera, waar Bis! Bis! geroepen werd als om de herhaling van een aria wordt verzocht.

EWN: bis bw. 'nog eens, tweemaal' (1824)
ANTEDATERING: vnnl. bis 'tweemaal' (bij versregels in een lied) [1615; Apollo, 78]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bis2 [tweemaal] {1824} < latijn bis < oudlatijn dvis, verwant met grieks dis, oudindisch dviḥ, middelhoogduits zwis, gotisch tvis-; verwant ook met twee.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bis bijwoord: tweemaal, nog een keer (in de muziek) 1824 [WEI] <Latijn

bis tussenwerpsel: roep van publiek om nagift 1902 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal