Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bijlo - (krachtterm)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bijlo* [krachtterm] {bi lode 1410, bilode 1555-1560} bastaardvloek ter vervanging van middelnederlands bi Gode [bij God].

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

bijlo. Verkorte vorm van bij de heilige Lodewijk. Leendertz (1878) geeft de voorkeur aan Saint Loth of wel aan de heilige Landus, een Normandische heilige uit de 4de eeuw. Bijlo is dan een eedformule waarbij de heilige Lodewijk tot getuige wordt aangeroepen dat men de waarheid spreekt. Het ijdel gebruik ervan maakt haar tot vloek, die, om anderen niet te kwetsen, verbasterd en dus afgezwakt kan worden. → sakkerloot.
bijlode. In het Middelnederlands komt vooral de vorm bi lode voor, maar in het hedendaags Nederlands is vooral bijlo bekend. Het WNT ziet in lode een mogelijke verbastering van Gode. Als varianten komen voor beloo, biloi, byloy(e), beloy, bilo, byloo en bayloy. Vroeger was het een zeer bekende uitroep om een verzekering te bekrachtigen. Momenteel komt het incidenteel nog voor in historische verhalen en doet dan gedateerd aan.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal