Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bignonia - (plantengeslacht)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bignonia [plantengeslacht] {1847} < modern latijn bignonia, door de Franse botanicus Joseph Pitton de Tournefort (1656-1708) zo genoemd naar de abbé Jean-Paul Bignon, bibliothecaris van Lodewijk XV.

Thematische woordenboeken

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Bignónia L. [C. Linnaeus], - genoemd naar J. P. Bignon (1662, Parijs; 1743, Ile Belle bij Melun, a/d Seine boven Parijs), hofprediker van Lodewijk XIV, sinds 1718 koninklijk bibliothecaris, beschermer der geleerden van zijn tijd, o.a. van Tournefort (zie Tournefortĭa).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal