Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bibberen - (trillen, rillen van kou)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bibberen ww. ‘trillen, rillen van kou’
Nnl. bibberen [1794; Toll.], bibbren ‘rillen van kou’ [1819; WNT wol].
Frequentatief, met geminatie van de medeklinker (zie Schönfeld 1970, par. 191), van *biƀon- ‘beven’, zie → beven, zoals stribbelen van streven, kibbelen van kijven.
Nhd. bibbern; Noord-Fries bevern, nfri. bibje, bibberje; on. bifra.

EWN: bibberen ww. 'trillen, rillen van kou' (1794)
ANTEDATERING: hy bibbert [1700; Boekzaal 1, 419]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bibberen* [rillen] {1794} iteratief van beven.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bibberen ww., is een jonge, eerst nnl. iteratiefvorming bij beven, maar heeft oudere verwanten zoals behalve nhd. bebern en noordfri. bevern nog on. bifra.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bibberen ww., bijvormen (oudnnl.en dial.) bibbelen, bubbelen, eerst nnl. Een frequentatief-formatie bij beven, evenals nhd. bebern, noordfri. bevern, on. bifra. Vgl. dribbelen, kibbelen, stribbelen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bibberen ono.w., frequent. van beven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

bubbelen, ww.: beven, bibberen. Met geronde klinker tussen tweemaal b uit bibbelen, var. van bibberen door wisseling van de liquidae r/l.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

bobberen, bubberen (A, ZV), ww.: trillen, hobbelen, stuiteren. Door ronding o.i.v. bilabiaal b uit bibberen, freq. van beven.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bibber ww.
Ril of bewe, gewoonlik van die koue.
Uit Ndl. bibberen (1794).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bibberen* rillen 1794 [Toll.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal