Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bi- - (twee-)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bi- [voorvoegsel met de betekenis ‘twee’] {in bv. bigamie 1658} < latijn bi- [tweemaal, dubbel], van bis (vgl. bis2).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bi- (Latijn bi-)
bis- (Latijn bis-)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Bi- (Lat.; = bis = tweemaal). Eerste lid in samenstellingen met de betekenis: tweemaal, dubbel.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal