Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bezoeking - (een plaag die niet af te wenden is.)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

bezoeking

In het hedendaagse taalgebruik is een bezoeking: een ramp, een ongeluk, een plaag die niet af te wenden is. Ofschoon wij het woord thans in gemeenzame taal gebruiken en bijvoorbeeld zeggen: die jaarlijkse schoonmaak is een bezoeking, is het woord pas gebruikelijk geworden door de bijbelvertaling. De eigenlijke betekenis is natuurlijk gewoon: bezoek en dan in het bijzonder: de daad van het bezoeken en wel: met genade of met ongenade Gods. Bezoek kon dus in vroeger tijd betekenen wat wij nu een verschijning noemen, maar de bijbel gebruikt het vooral in de zin van: komst om iemand te straffen. Zo gaat bezoeking kortweg: straf betekenen. In die betekenis gebruikt de profeet Jeremia het woord herhaaldelijk.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal