Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bevreemden - (verbazen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bevreemden ww. ‘verbazen’
Mnl. bevremden ‘zich verwonderen’ [MNHW]; vnnl. bevreemden ‘verwonderen, verbazen’ [1642; WNT]; nnl. bevreemd ‘(enigszins) verbaasd’ [1835; WNT].
Gevormd uit het voorvoegsel → be- en het bn.vreemd.
Meestal in de onpersoonlijke constructie het bevreemdt mij, letterlijk ‘het maakt mij vreemd’, dus ‘het verbaast mij’.
bevreemding zn. ‘verwondering’. Vnnl. bevreemding ‘id.’ [1644; WNT]. Afleiding met → -ing.

EWN: bevreemden ww. 'verbazen' (z.j.)
ANTEDATERING: eerst my ... befremen 'mij verwonderen' [1511; iMNW]
Later: (Dit) befrempt ons 'dit verbaast ons' [1543-1600; iMNW verdunken] (EWN: 1642)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bevreemden ww., laat-mnl. bevremden, befrēmen (analogisch bij ʼt praet., ʼt verl. deelw. en den 3. pers. enk. praes. gevormd), refl. “zich verwonderen”. = hd. befremden (mhd. in de kanselarijtaal van de 15. eeuw), mnd. bevremden “vreemd voorkomen”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bevreemden ‘verwonderen’ -> Fries befrjemdzje ‘verwonderen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal