Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bevestiging - (vastmaken; bekrachtigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bevestigen ww. ‘vastmaken; bekrachtigen’
Mnl. beuest (verl.deelw.) ‘bekrachtigd, bevestigd’ [1284; CG I, 765], bevestigen ‘bekrachtigen, bevestigen’ [1477; Teuth. bij stadigen]; vnnl. beuestigen “stercmaken” [1555; Luython]; bevestighen ‘plechtig installeren (van een predikant)’ [1632; WNT]; nnl. bevestigen ‘vastmaken’ [1830; WNT verhechten].
Mnl. bevestigen is met umlaut afgeleid met → be- van het bn.vast, met het achtervoegsel → -igen. Het stond aanvankelijk als langere vorm naast mnl. bevesten ‘versterken, bevestigen, verzekeren’; dit paar is vergelijkbaar met einden en eindigen, zie → einde. Bevesten kwam nog, zij het niet meer frequent, voor tot het einde van de 19e eeuw. Andere afleidingen met umlaut en -ig van vast zijn → vestigen, → vesting.
Mnd. bevestigen ‘vast maken, bevestigen’, bevestenen, bevesten; mhd. bevestigen ‘bevestigen’, bevestenen, bevesten (nhd. befestigen ‘vast maken’); ofri. bifestigia, bifesta ‘vastmaken’ (nfri. befêstigje ‘bevestigen, bekrachtigen’); oe. befæstan ‘vast maken, instellen, aanbevelen, bevrijden, toevertrouwen’ (verouderd ne. befast(en)); nde. befæste.
bevestiging zn. ‘bekrachtiging; aanhechting’. Nnl. bevestiging ‘bekrachtiging’ [1704; HvH], ‘het vastmaken, aanhechten’ [1846; WNT waterbak], ‘plechtige installatie (van predikant)’ [1867; WNT]. Afleiding met → -ing.

EWN: bevestigen ww. 'vastmaken; bekrachtigen'; de vorm bevestigen (1477)
ANTEDATERING: mueren of toornen dair men die stede mede bevestiget 'muren en torens waar men de stad mee versterkt' [1417; MNW schiltraem]
Later: bevestigd 'vastgemaakt' [1763; iWNT zolder] (EWN: 1830)
EWN: ♦ bevestiging zn. 'bekrachtiging; aanhechting' (1704)
ANTEDATERING: mnl. eerst die bevestinge ende confirmacie 'bevestiging en bekrachtiging' [1469, MNW-P]
Later nog: bevestingen 'versterkingen' [1477; iMNW platse]; vnnl. dan tot ... bevestiginge 'tot bevestiging, bekrachtiging' [1588; Hotman, 47] (EWN: 1704); bevestiging 'vastmaking' [1822; iWNT vijling] (EWN: 1846)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Thematische woordenboeken

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

bevestiging: barmitswe.

— Nu moest hij driemaal per week bij de Rebbe komen om z’n Parsje te repeteren, de afdeling uit de Tora, die hij, naar oud gebruik, op de dag van zijn bevestiging in de Synagoge luidop zou moeten voordragen. (CARRY VAN BRUGGEN, 1909)

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal