Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

betweter - (iemand die alles beter meent te weten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

betweter zn. ‘iemand die alles beter meent te weten’
Vnnl. betweter [ca. 1600; WNT], betweet [1644; WNT].
Afleiding van bet weten ‘beter weten’, zie → bet- en → weten. Naast betweter staat de vrouwelijke vorm betweetster [1884; Dale].
betweteren ww. ‘de betweter uithangen’. Nnl. betweteren [1878; WNT]. Afleiding van betweter. ♦ betweterig bn. ‘wijsneuzig’. Nnl. betweterig [1984; Dale]. Afleiding met → -ig. ♦ betweterij zn. ‘wijsneuzigheid’. Vnnl. betweeterye [1626; WNT]. Afleiding met → -erij.

EWN: betweter zn. 'iemand die alles beter meent te weten' (ca. 1600)
ANTEDATERING: betweters [1598; iWNT vergeefs(ch)]
Later ook: den bet-weet spelen [1624; De Brune, 20] (EWN: 1644)
EWN: ♦ betweteren ww. 'de betweter uithangen' (1878)
ANTEDATERING: Maer, Meester, kan het zyn, wat men op u betwetert? [1842; Van Duyse, 74]
EWN: ♦ betweterig bn. 'wijsneuzig' (1984)
ANTEDATERING: In zijne ... betweterige spelling, gemaakten stijl [1827; Halbertsma 2, 393]
EWN: ♦ betweterij zn. 'wijsneuzigheid' (1626)
ANTEDATERING: hij geeft het der betweterije ten besten 'hij geeft het prijs aan de betweterij' [1605; iWNT]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

betweter* [die alles beter weet] {ca. 1600} eerste lid middelnederlands bet, vergrotende trap van wel en goet [dus beter]; betweter is dus lett. ‘beterweter’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

betweter

De trappen van vergelijking van het bijvoeglijk naamwoord goed waren vroeger: goeder en goedst, maar die zijn al heel vroeg vervangen door beter en best. Naast beter kwam als bijwoord bet voor, dat aanvankelijk betekende: op een betere wijze, maar dat weldra een bijwoord van graad werd. In zijn Leven van De Ruyter schrijft Brandt: ‘Toen de zeemachten elkaar bet naderden’ enz. De vorm bet is nog over in twee Nederlandse woorden: betweter en betovergrootvader. In het eerste heeft bet nog geheel de betekenis: beter; in het tweede dient het alleen om een verdere graad van verwantschap aan te geven dan door overgrootvader wordt uitgedrukt. Eigenaardig is dat betachterkleinkind niet bestaat. Men zegt achter-achterkleinkind. Maar bij Bilderdijk vindt men zowel bet-oud-overgrootvader als bet-na-achterkleindochter.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

betweter, voor bet- zie beter.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

betweter m., saamgest. met bet (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

betweter: – beterweter – ; (veroud.) Ndl. bet (Mnl. het) wv. v. beter.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

betweter: iemand die alles beter weet; eigenwijs persoon. Reeds bij Bredero.

Je lijkt wel een straatjongen, heimelijk bly, dat het zoontje geen akelig jongeheertje wordt, geen nagelaar, geen betweter, geen brave-Hendrik. (De Groene Amsterdammer, 02/12/1900)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

betweter* die alles beter weet 1600 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal