Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bestaan - (er zijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bestaan ww. ‘er zijn’
Mnl. bestaen ‘er zijn, leven’ [1220-40; CG II, Aiol], ‘bestand zijn tegen’ [14e eeuw; MNW], ‘blijven staan’ [ca. 1400; MNW], ‘beginnen’ [1466; MNHWS]; vnnl. bestaen ‘er zijn’ [1654; WNT].
Afleiding met → be- van het werkwoord → staan.
Mnd. bestan ‘blijven staan, aanvallen, grijpen, toebehoren, op zich nemen’, bestanden ‘wapenstilstand sluiten’; ohd. bistantan, -stān, -stēn ‘blijven, bij zijn verklaring blijven’ [9e eeuw] (mhd. bestan, besten ‘blijven staan, standhouden’; nhd. bestehen ‘bestaan, voorhanden zijn, succesvol ten einde brengen’); ofri. bistān ‘ergens op staan, bestaan’ (nfri. bestean).
Oorspr. stond de vorm bestaen naast bestanden ‘aanvallen (van personen); behoren tot of bij, verwant zijn’ [1285; CG II, Rijmb.].
bestaan zn. ‘het in wezen zijn’. Nnl. bestaan ‘id.’ [1784-85; WNT]. Afleiding van het werkwoord.

EWN: bestaan ww. 'er zijn' (1220-40)
ANTEDATERING: onl. bistān 'bestaan' in: The cristenheît ne mehte niet bestan 'Het christelijk geloof zou niet kunnen voortbestaan' [1151-1200; ONW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

bestoon (ww.) bestaan; Vreugmiddelnederlands bestaen <1220-1240>.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

bestaan, bn.: verlegen, beschaamd, bedeesd. Volt. dw., dus in de lijdende vorm, van Mnl. bestaen ‘overvallen, aantasten (met een ziekte of ongemak). De bet. ‘verlegen’ uit ‘ontroerd, aangedaan, verwonderd’: 1619 ick ben gheheel bestaen, verwondert en verheught (WNT).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lichtheid (de ondraaglijke -- van het bestaan) (vert. van Tsjechisch nesnesitelná lehkost bytí)

Ch.F. Haje (1932), Taalschut, schrijf weer Nederlandsch, Leiden

Bestaan
vooral in: een proef bestaan > doorstaan, een examen bestaan > slagen voor, komen door …... Emants aan Smit Kleine: “Wat ik nog niet weet is of en hoe je zoon het examen heeft bestaan”. Dr. Th. van de Velde: “Zoo blijft alleen de ervaring van een betrekkelijk klein aantal echtparen gedurende een meerendeels kort tijdsverloop over, dat de proef ermede tot nog toe met succes heeft bestaan”.
Bestaan in dien zin is Duitsch. Het oude Ned. heeft wel bestaan = aandurven, ondernemen en wij spreken nog van een stout bestaan. Maar het ten einde brengen van een onderneming, het slagen van een waagstuk ligt in dat bestaan niet opgesloten.

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

bestaan. ― Dit werkwoord is op de volgende plaats bedrijvend gebezigd in een beteekenis, die aan het Duitsch, maar niet aan het Nederlandsch eigen is. Bestehen beteekent hier, hetzij doorstaan, ondergaan, onderstaan (met den klemtoon op de laatste lettergreep), hetzij gedoogen.
|| En dadelijk was het den Langen, ... of niet zijn vuisten ’t wapen weêr ophieven voor toch nog éen slag, - maar dat zij willoos ’t heên en weêrbeweeg der greep volgden, en dit lijdend moesten bestaan, F. V. Toussaint v. Boelaere, Landelijk Minnespel, 17.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bestaan ‘existeren’ -> Deens bestå ‘existeren’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors bestå ‘existeren; samengesteld zijn uit; slagen voor (examen)’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds bestå ‘existeren’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands bestaan ‘existeren’.

bestaan ‘het zijn, het leven’ -> Fries bestean ‘het zijn, het leven’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal