Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beslapen - (een nacht laten voorbijgaan)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

213. Zich beslapen op iets,

d.w.z. een nacht laten voorbijgaan, voordat men een besluit neemt; mnl. en thans nog in Zuid-Nederland slapen op iets; vgl. het lat. in nocte consilium. Bij Goedthals, 39: Ick salder op slapen, la nuict donne conseil. Doch bij Campen, 12: Wy willen ons te nacht daer op beslapen; bl. 110: Wy willender ons op beslapen. Zie verder Suringar, Erasmus XCIV; Ndl. Wdb. II, 2080 en Idinau, 270:

 Als iemant seght, ick sal-der op slapen,
 Dat is, ick sal my daer op be-raden,
 De nacht leerdt raedt in stillicheyt rapen,
 S' daeghs zijn der menschen sinnen ver-laden.
 Goeden raedt is moeder der bester daden.

Vgl. fri. him besliepe op; fr. consulter son chevet, son oreiller, son bonnet de nuit; la nuit porte conseil; hd. sich über etwas beschlafen; eng. to take counsel of one's pillow; to consult one's pillow; to sleep upon (over, on) a matter.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal