Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beseibelen - (beetnemen, verneuriën)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beseibelen [beetnemen, verneuriën] {1926-1950} van be- + seibelen (vgl. seibelaar).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

beziebele (ww.) voor de gek houden; < Rienlands beseibeln.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

bezibelen, ww.: bedotten, belazeren. Bargoens besibbelen, beseibelen, bezeibelen ‘bedriegen’ (Moormann). De grondbetekenis is ‘bevuilen’ < Jiddisch seibel ‘drek, rommel’ < Hebr. sebel ‘drek’ (Endt). Ook D. besebeln, besefeln ‘bedriegen’. Volgens Grimm (DW) niet uit het Hebreeuws, maar verwant met besabbern, besebbern, beseifern, Ndl. bezabberen, bezeveren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal