Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beschikken - (beslissen, ordenen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

beschikken ww. ‘beslissen, ordenen’
Mnl. bescicken ‘ordenen, tot stand brengen’ [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. beschickt (verl.deelw.) ‘tot stand gebracht, geregeld’ [1614; WNT]; nnl. beschikken over, ‘mogen gebruiken, kunnen gebruiken’ [1807; WNT], het lot had anders beschikt ‘het lot had anders beslist’ [1859; WNT], hij beschikt over een groot vermogen ‘hij bezit ...’ [1898; WNT].
Afleiding met → be- van het werkwoord → schikken ‘ordenen’.
Nhd. beschicken ‘tot stand brengen’, nfri. beskikke.
In verbinding met het voorzetsel over (iets of iemand beschikken) betekent het ongeveer ‘onbeperkt mogen beslissen over’ en vervolgens ‘bezitten’.
beschikking zn. ‘ordening, besluit, regeling’. Nnl. beschikking ‘regeling, ordening’ [1816; WNT], ‘besluit’ [1866; WNT]. Afleiding met → -ing.

EWN: ♦ beschikking zn. 'ordening, besluit, regeling' (1816)
ANTEDATERING: mnl. bescickinge des herten 'geschiktheid van het hart' [1484; iMNW minderinge]
Later: bescickinge 'verordening' [ca. 1485; MNHWS] (EWN: 1816)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beschikken* [ordenen] {bescicken 1265-1270} van be- + schikken.

Thematische woordenboeken

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

[verkeerd gebruik van een voorzetsel o.i.v. het Frans]
beschikken. - Naar fr. disposer de quelque chose; in goed Nederlandsch beschikken over iets. || Zoodra hij van zijne beenen kon beschikken, pakte hij zich weg, G. BERGMANN, Gedenkschr. 56. Gansch een volle week, zoodra ik vrij van ééne stond beschikte, sloeg ik Virgiel of zelfs Homeros op, DE MONT, Id. 45.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beschikken ‘ordenen, regelen’ -> Deens beskikke ‘aanstellen, toekennen; voorbestemmen (van het lot)’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors beskikke ‘gereed maken, ordenen; aanstellen (door overheid); voorbestemmen (van het lot)’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beschikken* regelen 1265-1270 [CG Lut.K]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2578. De mensch wikt en (of maar) God beschikt,

d.i. 's menschen willen en wenschen komen niet altijd overeen met den wil van God; immers die man penst ende God een anderMnl. Wdb. II, 536., zooals men in de middeleeuwen zeide. De gedachte is ontleend aan den Bijbel, Spreuken XVI, 9: Het herte des menschen overdenckt sijnen wech: maer de Heere stiert sijnen ganck; vgl. ook vs. 1; XIX, 21; Smetius, 124: Menschen mogen micken, Gott sal het schicken; Vondel, Jos. in Egypten, 1409: Maer anders schickt de mensch, en anders is 't beschoren; Harreb. I, 241 a; Ndl. Wdb. V, 206; Taalgids IV, 260; afrik. die mens wik maar God beskik; Joos, 194: de mensch mikt, God beschikt; de menschen maken den almenak en God het weer (hd. der Mensch macht Kalender, Gott das Wetter); lat. homo proponit, Deus disponit; hd. der Mensch denkt, God lenkt (Wander III, 593); fr. l'homme propose et Dieu dispose; eng. man proposes, God disposes.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal