Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bersen - (wild besluipen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bersen [wild besluipen] {1339 in de betekenis ‘jagen, het wild opsporen (van honden)’} hoogduits Pirschen [jagen] < oudfrans berser < middeleeuws latijn bersare [drijven, jagen], van bersa [afrastering, omheining voor wild] (vgl. bersaglieri).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

birzen, ww.: driftig lopen met de staart in de hoogte (van runderen). Mnl. bersen ‘jagen’; zie brisschen (met metathesis). De betekenis is hier duidelijk beïnvloed door biezen, bijzen. Birzen zou hier zelfs uit biezen kunnen zijn ontstaan met epenthetische r.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

beirz’n ongedurig heen en weer lopen (Groningen). = mnl. bersen ‘jagen’. Wschl. « ofra. berser ‘schieten’ of mlat. bersare ‘jagen’, waarvan de oorsprong duister is.
W. de Vries 1895, 32.

berschen met kracht lopen (West-Vlaanderen). = hgd. birschen ‘jagen’. Mogelijk afl. bij beirz’n↑.
De Bo 96.

besn druk werken, weglopen, gez. van een koe (Twente). Evenals mndd. bersen ‘jagen’ = berschen ↑.
Bezoen 27.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

berschen (DB, 0), ww.: krachtig stappen, (door slijk, sneeuw) ploeteren. Vroegnnl. berschen ‘properare, accelerare (zich haasten)’ (Kiliaan). Mnl. bersen ‘jagen’. Het is hetzelfde woord als D. pirschen ‘jagen, (ook) sluipen’, (ouder) birschen, Mnd. bersen, barsen, Mhd. birsen, birschen ‘jagen’. Wellicht uit Ofr. berser ‘(met pijl en boog) jagen’ < Mlat. bersare. Maar volgens het FEW gaat berser terug op Onl. *birson; vgl. Ofri. birsen naast bisen ‘stormen, jagen, razen, rondlopen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal