Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

berokkenen - (teweegbrengen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

berokkenen ww. ‘teweegbrengen’
Vnnl. berocket (verl.deelw.) ‘veroorzaakt’ [1544; MNW-R], berockent (verl.deelw.) ‘op touw gezet’ [1614; WNT].
Afgeleid met → be- van het werkwoord rocken ‘vlas of wol op de spinrok winden (voordat men tot het spinnen overgaat)’; dit werkwoord was afgeleid van het zn. rocke(n) ‘spinrokken’, zie → rokken. Vanaf het eind van de 15e eeuw werd rocken ook figuurlijk gebruikt in de betekenis ‘op touw zetten, beramen, aanrichten’. Begin 16e eeuw ontstond daarnaast als stapelvorm het werkwoord rockenen met dezelfde betekenis. In de 16e eeuw leidde men daarna van rocken(en) het werkwoord berocken(en) af, met uitsluitend de overdrachtelijke betekenis ‘beramen, veroorzaken, teweegbrengen’.
Het woord kwam en komt steeds voor in combinatie met woorden met een ongunstige betekenis zoals kwaad, smart, schade, leed.

EWN: berokkenen ww. 'teweegbrengen' (1544)
ANTEDATERING: Een toornich man, beroct twist 'een driftkop maakt ruzie' [1528; Vorsterman; Spr. 15:18]
Later: berockent (verl.deelw.) 'veroorzaakt' [1596; Cort-begryp, 54] (EWN: 1614)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

berokkenen* [veroorzaken] {1595} van be- + middelnederlands rocken [vlas of wol om het rokken winden] (vgl. rokken), vgl. op touw zetten, dat eveneens ‘veroorzaken, iets kwaads teweegbrengen’ is gaan betekenen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

berokkenen

Het woord rok duidt een kledingstuk voor mannen èn voor vrouwen aan en betekent eigenlijk: weefsel. Daarvan is het woord rokken afgeleid dat wij in de samenstelling spinrokken nog kennen. Een spinrokken is een weefgetouw. Be-rokkenen is dus: op touw zetten, beramen, veroorzaken, teweegbrengen. Vondel zegt dat Lucifer een burgerkrijg in de hemel berokkende. Wij gebruiken het werkwoord alleen nog in verband met woorden als: leed, smart, verdriet, schade.

De verbinding der begrippen: spinnen en beramen vindt men al in de Griekse mythologie. De drie Schikgodinnen die ’s mensen levensdraad sponnen, afmaten en doorknipten, ook de Spinsters genoemd, bepaalden zijn lot, beraamden zijn levensloop.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

berokkenen ww., mnl. berokken ‘berokkenen, aanstoken, veroorzaken’ eig. ‘de wol of het vlas om het rokken opwinden’. — Zie: rokken.

Ws. moet men denken aan de werkzaamheid van de Nornen, die het mensenlot als een draad op- en afwinden; daarop wijst gr. epiklṓthō ‘ik spin toe, verleen’ en de lotsgodin Klṓthō.

berokkenen [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: zie Ts 85, 229 [1969].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

berokkenen ww., sedert de 17e eeuw. Afgeleid van rokken, dus oorspr. “de wol of het vlas om het rokken opwinden”. Evenzoo mnl. oud-nnl. berocken “berokkenen, aanstoken, veroorzaken”, van roc(ck) “rokken”. Vgl. gr. epi-klṓthō “ik spin toe, verleen”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

berokkenen o.w., ouder Nnl. berocken, van rokken, dus = op het rokken winden, op touw zetten.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Berokkenen komt van rokken, spinrokken; ’t wil zeggen: op het rokken zetten; bij verdere uitbreiding: iets opzetten, een plan vormen om iemand schade te doen; daarna ook: het toebrengen der schade zelf.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

berokkenen* veroorzaken 1595 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal