Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beriberi - (bepaalde ziekte)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

beri-beri zn. ‘bepaalde ziekte’
Vnnl. barbary ‘zekere ziekte’ [1660; WNT], beriberij [1694; WNT]; eerder noemt de Nederlander J. Bontius in een Latijnse verhandeling de ziekte ook reeds Beriberij [1631; Yule/Burnell].
Wrsch. via het Maleis uit Singalees beri ‘zwakte’. De reduplicatievorm zal eveneens aan het Singalees ontleend zijn.
Frans béribéri [1665] is wrsch. via het Nederlands ontleend. De oudere vorm Frans berber [1617] is via Portugees berebere [1568] ontleend.
De ziekte wordt veroorzaakt door gebrek aan de in het vlies van de rijstkorrel voorkomende vitamine B1; de symptomen van beri-beri werden al in de 16e eeuw op Ceylon waargenomen.

EWN: beri-beri zn. 'bepaalde ziekte' (1660*)
ANTEDATERING: een plaege, genaempt berebery [1612; Coolhaas, 6]
* {De eerste attestatie in het EWN moet 1661 als datering hebben i.p.v. 1660, de laatste 1642 i.p.v. 1631. De spelling van het lemma moet zijn: beriberi.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beriberi [ziekte] {1646} < maleis beri-beri, intensiveringsvorm van het singalees beri [zwakte]; het ziektebeeld valt vooral op door een intense loomheid.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beri-beri znw. v.; de ziekte werd reeds op Ceylon in de 16de eeuw waargenomen en komt in de 17de eeuw al in onze taal voor. Het woord stamt uit het Singalees (Littmann, Morgenl. Wörter 1924, 126).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† beri-beri znw., reeds in de 17e eeuw. Koloniaal woord, dat in het Nederl. misschien rechtstreeks, misschien via het Portugees is opgenomen; uit een dezer talen zal het in het Hd. zijn overgegaan. Ook eng. (anglo-indisch) beriberi. De Europeanen hebben de ziekte reeds in de 16e eeuw op Ceylon leren kennen. Het woord wordt gewoonlijk afgeleid uit het Singalees.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beriberi v., uit Mal. biri-biri = schaap: de zieken hebben iets in hun gang van een schaap.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

berrie-berrie: “soort siekte” (veral onder 17e-eeuse seelui vanweë gebrek aan vitamiene in voedsel); Ndl. beriberi (by vRieb o.a. berbery/berberij/barbary), sedert eind 16e eeu in Europa bek. (sedert l7e eeu in Port., Ndl. en Eng. baie gebr.), wsk. ontln. aan Sing. beri, “swakheid”, redupv. misk. op te vat as intens.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

beri-beri [ziekte]. Is volgens Murray een Singalees woord, namelijk een versterkende verdubbeling van beri, dat ‘zwakte’ betekent. [P]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

beriberi (Maleis beri-beri)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

beriberi. De verwensing krijg de beris, beres, berus! is mogelijk een verbastering van krijg de beriberi. Beriberi is een deficiëntieziekte ten gevolge van gebrek aan vitamine B1 (thiamine) in het voedsel. Het is een zeer ernstige ziekte die zich o.a. kenmerkt door loomheid in en ten slotte verlamming van de benen. Beri is Maleis voor ‘schaap’. De ziekte wordt zo genoemd omdat de gang van de lijder aan die van een schaap doet denken. Aldus Huizinga (1997: nr. 932). De Coster [1998] merkt op dat de verwensing vooral door havenarbeiders gebruikt wordt. Rotterdammers zijn van mening dat het een verwensing is die typisch is voor hun stad. Gedacht wordt ook wel eens aan een verbastering van het Hebreeuwse beries hamiele ‘besnijdenis’. De verwensing moeten wij niet letterlijk nemen. Zij drukt woede, verontwaardiging, haat e.d. uit en kan weergegeven worden met ‘rot op, bekijk het maar’. → krijgen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beriberi ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’ -> Engels beriberi ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’; Duits Beriberi ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’; Deens beriberi ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’; Noors beri-beri; Frans béribéri ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’; Tsjechisch beri-beri ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’ <via Frans>; Maltees beriberi ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’ <via Frans>; Sranantongo beriberi ‘ziekte door gebrek aan vitamine B’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beriberi ziekte 1661 [WNT] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal