Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

berggeit - (evenhoevig zoogdier)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

berggeit: 1) (jeugdtaal) schuw, onhandig persoon. Jaren tachtig. Vermeld door Laps.

2) (racistisch) ongeciviliseerd iemand, meestal een inwoner van een achtergesteld land.

De stereotiepen die Spunk-columniste Hasna El Maroudi deze zomer aanhaalde over de ‘onontwikkelde berggeiten’ in haar column ‘De Berbers’ raakten een gevoelige zenuw in de Marokkaanse gemeenschap. (NRC Handelsblad, 21/10/2005)
Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

berggeit, wielerslang voor ‘sterke klimmer’.

Of kunnen de okerbruine Columbiaanse berggeiten de situatie nog redden? (NRC Handelsblad, 12/07/85)
Voor de mini-etappe van 52 km met de direkte beklimming van de Soulor en de Aubisque vreesden velen echter aan het spervuur van de berggeiten ten onder te zullen gaan. (Het Nieuwsblad, 18/07/85)
Renners die door de Franse justitie uit de douche werden gesleept, een Italiaanse berggeit die een bijbaantje als apotheker had... (Trouw, 07/08/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal