Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

benedijen - (zegenen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

benedijen [zegenen] {benedien [zegenen] 1151-1175} < latijn bene dicere [verstandig spreken, iem. prijzen, in chr. lat. zegenen], werd in fr. tot bénir.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

benedijen o.w., Mnl. benedien, gelijk Mhd. benedien (Nhd. benedeien), van Lat. benedicere, gevormd met bene = wel, en dicere = zeggen (z. tijgen), waaruit ook Ofra. beneir, Nfra. bénir.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

benedijen (Latijn bene dicere)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Benedijen van ’t Lat. benedicere (bene – wel, goed; dicere = zeggen).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

benedijen ‘zegenen’ ->? Deens benedide ‘zegenen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

benedijen zegenen 1220-1240 [CG II1 Aiol] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal