Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

belt - (kleine hoogte, stortplaats)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

belt zn. ‘kleine hoogte, stortplaats’
Mnl. .i. stic terram up den belt ‘een stuk grond op de belt, op de kleine hoogte’ [1227-32; CG I, 9]; nnl. belt ‘hoop (afval), asvaalt’ [1752; WNT].
Wrsch. een ablautvorm bij het zn.bult.
Nu vooral bekend in de samenstelling vuilnisbelt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

belt* [hoop] {belt(e) 1210-1240} een met bult ablautende vorm.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

belt znw. m. v., nu alleen nog in de verb. asbelt, vuilnisbelt, mnl. belt, belte ‘kleine hoogte in het veen’; vgl. het daarmee ablautende bult.

FW 48 wijst er op, dat het woord ook in de oostelijke provincies voorkomt en daarom niet als fries-holl. vorm van bult (zoals breg naast brug) beschouwd mag worden. Dan eerder een abl. vorm, vgl. on. baltr, balti ‘beer’ (indien deze naam tenminste gegeven is wegens zijn plompe gestalte).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

belt znw., mnl. belt(e) “kleine hoogte in het veen”. In de algemeene taal vooral in de samenst. asbelt. Als belt hoofdzakelijk fri.-holl. was, zouden wij er een dialectvorm van bult in mogen zien; vgl. breg = brug. Maar behalve in het Zaansch, waar belt “hoop asch, hoop mest” beteekent, komt belt “hoogte, heuvel” ook op de Veluwe, in den Achterhoek, in Twente en in Drente voor. Wij zullen dus wel een met bult ablautenden vorm moeten aannemen: *belta-, *beltô- of *balti- (-a-, -ô-). Westf. belter m. “rond stuk hout” hoort hier niet bij.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

belt v. (hoop), met e = ä + Mhd. balze (Nhd. balz), Ags. belt, On. belte + Lat. balteus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

belt: “gord(el), lyfband”; Eng. belt, gaan wsk. terug op Lat. balteus, “gordel”.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

belt 'kleine verheffing of hoogte'
Ablautende vorm van bult, tegenwoordig meest gebruikt in vuilnisbelt.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal