Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

behoudens - (met voorbehoud van, behalve)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

behoudens vz. ‘met voorbehoud van, behalve’
Mnl. behouden scraven gherechte ‘zonder tekort te doen aan het recht van de graaf’ [1237; CG I, 34]; vnnl. behoudens dat ‘behalve dat’ [1554; WNT Supp. aangaan], behoudens ‘met uitzondering van’ [1576; WNT Supp. appointement].
Afleiding met het achtervoegsel → -s, van het verleden deelwoord van het werkwoord behouden, zie → houden. Dit verleden deelwoord wordt al in het Oudnederlands gebruikt als weergave van Latijn salvus ‘behouden, gered’ [10e eeuw; W.Ps.]. Naar het voorbeeld van Latijnse constructies als salvo iure amicitiae ‘behoudens het recht van de vriendschap’ (Cicero) duikt, mogelijk via Oudfranse constructies als sauf le droit des enfants ‘behoudens het recht van de kinderen’, in Middelnederlandse oorkonden de huidige constructie op.
De tendens om de -s toe te voegen werd misschien nog versterkt door de 's van de vooropgeplaatste genitief die vaak volgde op het voorzetsel: behouden 's lijfs [1646; WNT] (zie ook het Middelnederlandse citaat).

behoudens vz. 'met voorbehoud van, behalve'; de vorm behoudens (1554)
ANTEDATERING: Behoudens twelnemen ende consent vanden college [1336-50; iMNW welnemen]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

behoudens* [behalve] {1574 in de betekenis ‘met behoud van’} met het bijwoorden vormende achtervoegsel s < middelnederlands behouden [met behoud van, zonder te kort te doen aan, zonder] {1237}, oorspr. gebruikt in absolute constructies als behouden der kindre recht.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

behoudens voorz. met bijw. s afgeleid van mnl. behouden ‘behoudens, zonder te kort te doen aan, zonder’. Afgeleid uit een uitdrukking als behouden der kindre recht, die zelf teruggaat op fra. sauf le droit des enfants, lat. salvo iure amicitiae.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

behoudens voorz. Met adverbiale s (zie aanstonds) uit mnl. behouden “behoudens, met behoud van, zonder te kort te doen aan, zonder”. Ospr. verl. deelw., gebruikt in absolute constructies als behouden der kindre recht, die naar fr. sauf le droit des enfants, lat. salvis auspiciis, salvo iure amicitiae e.dgl. gevormd waren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

behoudens voorz., met adv. s v.d. van behouden.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

behoudens ‘zonder’ (bet. van Frans sauf of Latijn salvo/salvis)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

behoudens ‘behalve’ -> Fries behâldens ‘behalve’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

behoudens* voorzetsel 1860 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal