Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

behanger - (vakman)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

behanger: (Bargoens) slecht vakman, knoeier, prutser; beunhaas*. Er zijn wel meer beroepen die denigrerend worden gebruikt: fietsenmaker* en glazenwasser* bijvoorbeeld. Er wordt vooral de spot gedreven met de trage handeling. Zie ook lul* de behanger.

Vroeger hield ik altijd al van cowboytje spelen en nu heb ik een echt geweertje! Ik kan naar Bosnië worden gestuurd, mentaal ben ik daar klaar voor. Hopelijk staat er dan geen behanger boven me, want een verkeerd ingeschatte opdracht kost bij ons mensenlevens. (HP/De Tijd, 10/06/1994)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal