Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

begeesteren - (in geestdrift brengen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

begeesteren [in geestdrift brengen] {1815} < hoogduits begeistern, dat naar het mv. Geister is gevormd als vergöttern van Götter, komt sedert Bilderdijk in het nl. voor.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

begeester ww.
Met geesdrif vervul, besiel.
Uit Ndl. begeesteren (1814 - 1815).
Ndl. begeesteren uit Hoogduits begeistern.
D. begeistern.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

begeester: “besiel, geesdriftig maak”, daarby begeesterend en begeestering; regstreeks uit Hd. begeistern, begeisternd en begeisterung of via Ndl. wat hierdie wd. in die 19e eeu gebr. het, maar later geweer het, ook in Afr. dikw. as Germe. afgekeur, maar nog meer in gebr. as in Ndl.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

begeesteren (Duits begeistern)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

begeesterd, begeesteren, begeestering

Deze woorden worden over het algemeen als germanismen (D. ‘begeistert, begeistern, Begeisterung’) beschouwd voor resp. ‘geestdriftig, enthousiast; in geestdrift brengen, geestdrift wekken, bezielen; bezieling, geestdrift, enthousiasme’.

Verschueren en Jansonius maken er echter geen bezwaar tegen; ook Koenen, die ze eerst als germanismen veroordeelde, zegt vanaf 1974 nog maar dat ze van Duitse afkomst zijn, zonder ze daarom te veroordelen.

Begeesterd, begeesteren, begeestering werden reeds in de vorige eeuw vaak gebruikt; in 1898 had het Woordenboek de Nederlandse Taal echter de indruk dat ze in het Noorden terrein aan het verliezen waren, in het Zuiden daarentegen nog veel voorkwamen. In de jaren ’50 vond Damsteegt dat begeestering nog veel gebruikt werd; in de jaren ’60 zegt Noé echter dat het in onbruik geraakt is. Een onderzoek van krantetaal heeft aangetoond dat vooral werkwoord en adjectief gebruikt worden, vooral in het Zuiden en daar vooral in de sporttaal:

‘...onder de begeesterende leiding van voorzitter Maurice Van Snick...’ (Het Laatste Nieuws, 14.10.72, p. 25)
‘Grootnederland, de Dietsche Volksstaat, begeestert velen.’ (Knack, 25.11.72, p. 89)

Dat begeesterd echter ook in het Noorden voorkomt, zij het tussen aanhalingstekens, blijkt uit het volgende voorbeeld:

‘Op een gegeven ogenblik durven ze mee te praten en worden het “begeesterde” leerlingen.’ (Elseviers Magazine, 10.6.72, p. 54)

Hieruit mag men echter niet concluderen dat deze germanismen reeds ingeburgerd zouden zijn.

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

begeesteren, begeestering. — Er zijn misschien geen germanismen waarop de puristen zulk een drijfjacht gehouden hebben als op deze, en toch worden zij nog immer, naar het voorbeeld van Bilderdijk, door vele, en vooral door Zuidnederlandsche schrijvers gebruikt. Siegenbeek, Van Dale en Nassau keurden begeesteren af, en ook de eerste Redactie van het Wdb. d. Ndl. Taal scheen het woord niet genegen te zijn. “In het Nederlandsch”, schreef zij, “zou begeesteren niet anders dan als frequentatieve vorm van begeesten te verklaren zijn, maar eene frequentatieve afleiding is bij een dergelijk woord iets onmogelijks; men heeft dus gelijk met de bewering dat begeesteren door zijn vorm niet met den aard van onze taal overeenkomt”. Het woord is, evenals begeestering, D. Begeisterung, dat mede zeer vaak gebruikt wordt, ontleend aan het Duitsch, waar begeistern gevormd is naar analogie van het meervoud Geister, gelijk vergöttern naar het meervoud Götter (cfr. Wdb. d. Ndl. Taal, II, kol. 1374). Begeesteren kan soms vervangen worden door bezielen, in geestdrift of in verrukking brengen, misschien ook door het thans niet ongewone vervoeren; en begeestering door bezieling of geestdrift, een enkele maal ook door opgetogenheid, geestverheffing, -vervoering of -verrukking, Fr. extase, exaltation. Ik zal evenwel niet ontkennen, dat al deze surrogaten onvoldoende blijken om het moderne spel der stemmingen te iriseeren. Daarbij zou bezieling allicht verwarring brengen met de figuurlijke beteekenissen van de Latijnsche vocabula inspiratio en animatio, die insgelijks door bezieling kunnen vertaald worden. ’t Is wellicht daarom dat het gebruik de wanvormen begeesterd, begeesteren en begeestering schijnt te willen handhaven.

M. Siegenbeek (1847), Lijst van woorden en uitdrukkingen met het Nederlandsch taaleigen strijdende, Leiden

begeesteren, als overbrenging van het Hoogduitsche begeisteren, wordt door het voorbeeld van Bilderdijk wel eenigermate, doch, naar mijn oordeel, niet volkomen gewettigd, daar die taalgeleerde, ten gevolge van zijn langdurig verblijf in Duitschland, meer Germanismen bezigt. Getuige b.v. het telkens herhaalde gebruik in zijne Spraakleer van het Hoogduitsche sylben, voor ons sijllaben of lettergrepen. Er laat zich nogtans tot verdediging van het woord iets ontleenen uit het echt Nederlandsche bezielen. Gelijk dit van ziel gevormd is, zoo kan van geest ook een werkwoord begeesten en daarvan het frequentativum begeesteren komen. Ik zou echter het gebruik van dit woord niet ter navolging durven aanbevelen, en zulks te minder, omdat het echt Nederlandsche bezielen veelal zijne plaats kan vervangen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

begeesteren in geestdrift brengen 1815 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal