Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beetkrijgen - (in handen krijgen)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beethebben, beetkrijgen, beetnemen o.w., samengest. met beet 2 = hap.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

beetkry ww.
1. Vaskry, in die hande kry. 2. In die greep van 'n siekte laat verkeer. 3. Iets begin te begryp. 4. Fop.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. beetkrijgen (1868 - 1872 in bet. 1, 1896 in bet. 2), wat uit die uitdr. in de beet krijgen ontstaan het, waar beet 'daad van te byt' beteken en die uitdr. as geheel lett. 'in 'n greep kry' beteken. Bet. 3 en 4 het in Afr. self ontwikkel.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal