Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baton - ((witte) stok; koekje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

baton zn. ‘(witte) stok; koekje’
Nnl. baton ‘stok, rotting, knuppel’ [1912; Kuipers] bij het werkwoord bâtonneeren ‘schermen met een stok’ [1899; Woordenschat], bâton ‘chocoladestaafje’ [1956; Dale Hwb.], ‘lintje van een onderscheiding’ [1956; Koenen], ‘staafvormig biskwietje’ [1960; Dale], ‘witte stok van een verkeersagent’ [1970; Dale].
Ontleend aan Frans bâton ‘dirigeerstokje’ [1770; Rey], ouder baton [1440; Rey], Oudfrans bastun ‘stok, bevelhebbersstaf’ [1080; Rey] < Laatlatijn bastum ‘stok’ (eenmaal aangetroffen), wrsch. een afleiding bij vulgair Latijn bastare ‘dragen’ (waarbij ook → basta), wrsch. < Grieks bastázein ‘heffen, dragen’ (van onduidelijke verdere herkomst) of verwant met → basis.

EWN: baton zn. '(witte) stok; koekje' (1912)
ANTEDATERING: met mynen bâton 'met mijn stok' [1780; Geubels, 38]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

baton [stok] {1824} < frans bâton < middeleeuws latijn bastum [stok] (vgl. bastiaan, bastonnade).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal