Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

batik - (op een bepaalde manier geverfd weefsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

batik zn. ‘op een bepaalde manier geverfd weefsel’
Nnl. 1 kleetje, batik genaemt ‘een kleedje, batik genaamd’ [1721; WNT Aanv.]. Daarnaast het werkwoord batikken ‘op Javaanse manier stof verven’ [1809; WNT tracteeren].
Afleiding van het Maleise bn. batik ‘gestippeld’, dat zelf afkomstig is uit Javaans batik ‘stippel’. Daarnaast het Maleise werkwoord mem-batik ‘batikken’ en het Javaanse werkwoord am-batik ‘stippelen’, (in ruimere zin) ‘tekenen’.
Bij batikken bedekt men bepaalde stukken van de stof met was, die zo in het verfbad niet gekleurd worden.
Aan het Nederlands ontleend zijn: Fries (ww.) batikje (en het bn. batikken); Duits Batik ‘batik’ [ca. 1900; Pfeifer] en batiken ‘verven’ [20e eeuw; Pfeifer].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

batik [gebatikte doek] {1901-1925} < maleis batik, van javaans mbatik [batikken], dibatik [gebatikt].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

batik znw. m., in de 19de eeuw ontleend aan Javaans batik ‘met verschillende kleuren’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† batik, batikken znw., resp. ww. In de 19e eeuw (via het Maleis?) ontleend uit jav. baṭik. Van het Ndl. in verschillende europese talen overgegaan.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

batik s.nw., ww.
Stof wat d.m.v. 'n proses gekleur word waartydens die gedeeltes wat nie gekleur moet word nie, met was bedek word, of 'n stof op so 'n manier kleur.
As s.nw. uit Ndl. batik (1721) of Eng. batik (1880). Die ww. het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. by Leibbrandt (1882) in die bet. 'blou en wit gekleurde katoenkleed'.
Ndl. batik en Eng. batik uit Maleis batik uit Javaans mbatik 'geverf'.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

batik [geverfd weefsel]. Javaans batik. Hiervan is gevormd het werkwoord batikken, enz. [P]

batikken [weefsel verven]. Gevormd van het Javaanse batik op de wijze die ook onder soebatten ter sprake komt. Batik betekent in het Javaans: met figuren betekende of beschilderde (gebatikte) katoenen stof, in tegenstelling tot de uit gekleurde draden in ruiten of strepen gewevene. De gebatikte stoffen nemen dus in de inlandse katoenindustrie de plaats in van onze gedrukte katoenen, maar de wijze waarop ze vervaardigd worden is oneindig veel omslachtiger en kostbaarder. Het geschiedt niet in fabrieken, maar behoort tot de huiselijke arbeid van de Javaanse vrouwen. (Van Rees, Herinneringen, II, p. 85: ‘Is dat werk verricht, dan zet zij zich nevens haar man, om uit te rusten, een oud kleed te herstellen of een nieuw te batikken.’) Elke gebatikte doek wordt afzonderlijk uit de hand bewerkt door eerst de omtrekken van het patroon aan te geven en daarna de verschillende kleuren ieder afzonderlijk op het doek te brengen, enigermate op de wijze van onze chromolithografie. Gelijk bij deze de vereiste tekening wordt verkregen door achtereenvolgens afdrukken van even zovele met kleuren betekende stenen als er kleuren in de plaat moeten voorkomen, zo geschiedt dit bij het batikken door achtereenvolgende indompeling van het weefsel in elk van de kleurstoffen, door de samenstelling waarvan de voorgenomen tekening wordt gevormd. Natuurlijk moet gezorgd worden dat bij elk van deze indompelingen slechts die gedeelten van het doek met de verfstof in aanraking komen, die haar kleur moeten aannemen. Deze uitkomst wordt verkregen door vóór elke indompeling het doek in al die delen waarop de kleurstof die aan de beurt is niet mag inwerken, aan beide zijden met een mengsel van was en hars te bedekken. Deze bewerking, die schrijven of tekenen (serat) wordt genoemd, wordt verricht met een scheppertje met lange tuit, bevestigd in een bamboe, die als een schrijfpen in de hand wordt gehouden. Door dit tuitje laat de batikster het kokend mengsel op het doek vloeien dat vóór haar op een raam is uitgespannen. Daar deze bewerking voor iedere kleur herhaald moet worden, is het gemakkelijk na te gaan hoeveel tijd en geduld voor het batikken, vooral bij meer samengestelde patronen, gevorderd wordt. Wie de bewerking, die ik hier slechts in vluchtige omtrekken mocht schetsen, meer in bijzonderheden wenst te leren kennen, kan zijn weetlust bevredigen door de raadpleging van de geschriften van de heer Van Musschenbroek, de grote kenner van de inlandse nijverheid van Insulinde. Zie zijn werkje Iets over de inlandsche wijze van katoen-verven op Midden-Java (Leiden, 1878) en zijn inleiding op Groep II, 10e klasse, G. Nijverheid, in de Catalogus der afdeeling Nederlandsche Koloniën 1883, p. 228, en volgende.

De Europese nijverheid heeft door de gewone procédés van het katoendrukken de gebatikte stoffen zo goed mogelijk nagebootst, maar ofschoon het haar wat de patronen betreft gelukt is de inlandse smaak vrijwel te bevredigen, baart de fabrieksmatige bewerking een stijfheid en hardheid van de omtrekken die de Javaan dadelijk de vreemde oorsprong doet erkennen en zijn voorkeur voor de lossere tekening en zachter uitvloeiende kleuren van het werk van de inlandse vrouwen in stand houdt. Alleen de geringe prijs heeft aan de batik tiron, de ‘nagemaakte batik’, ingang verschaft en zelfs de Javanen genoopt op hun beurt pogingen aan te wenden om de Europese gedrukte stoffen met gebrekkige hulpmiddelen na te bootsen. Zie mijn Java, deel I, p. 541. [V]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

batik (Maleis batik)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’ -> Fries batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Duits Batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Deens batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Noors batikk ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Tsjechisch batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Pools batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Kroatisch batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Macedonisch batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Servisch batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Sloveens batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Litouws batika ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’; Hongaars batik ‘Javaanse versierkunst voor stof; gebatikt weefsel’ <via Duits>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

batik gebatikte doek 1721 [Aanv WNT] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal