Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baten - (voordeel opleveren, helpen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

baten ww. ‘voordeel opleveren, helpen’
Mnl. baten ‘nuttig zijn, helpen, beter worden’ [1270-90; CG II, Moraalb.].
Ohd. bazzen ‘beter worden’ [ca. 840; alleen in Tatian]; ofri. batia ‘baten’ (nfri. bate, baatsje ‘id.’); oe. batian ‘beter worden’; met ander achtervoegsel: on. batna ‘beter worden’; got. gabatnan ‘voordeel verkrijgen’, batjan ‘helpen, verbeteren’, afleiding van pgm. *bata- ‘goed’.
Verdere verwantschap is onduidelijk. Het zou moeten behoren bij een wortel pie. *bhed- of *bheHd- ‘goed’. Die kan echter alleen (en dan nog onzeker) verbonden worden met Sanskrit bhadrá- ‘gelukkig, aangenaam’. Wellicht is het dus een substraatwoord.
Bij dezelfde Proto-Germaanse wortel horen ook → baat, → bet-, → beter en → best, en ablautend → boete.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

baten* [voordeel brengen] {1265-1270} middelnederduits baten, oudhoogduits bazzēn [beter worden], oudengels batian, oudfries batia [baten]; van baat.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

baten ww., mnl. bāten ‘helpen, baten’, mnd. bāten ‘baten, helpen’, ohd. bazzēn ‘beter worden’, oe. bǎtian ‘beter worden’, ofri. bǎtia ‘baten’. — Zie: baat.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

baat znw., mnl. bāte v. “voordeel, nut, hulp, genezing, genoegdoening, boete”. = mnd. bāte v. “voordeel, cijns”. De ā van westf. en achterh. bāte wijst op een ospr. . Vgl. ook ofri. bata m. “voordeel”, on. bati m. “verbetering, vooruitgang”. Het woord is een afl. van de basis van beter, boete en heeft dezelfde vocaaltrap als het eerste (*ƀatizan-). Evenzoo het ww. baten, mnl. bāten “baten, helpen” = ohd. baʒʒên “beter worden”, mnd. bāten “baten, helpen”, ofri. batia “baten”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2baat ww.
1. Help, voordeel bring. 2. Voordeel ondervind van.
Uit Ndl. baten (al Mnl.). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

baten ‘voordeel brengen’ -> Duits dialect bate ‘voordeel brengen’; Deens † både ‘voordeel brengen’; Deens batte ‘voordeel brengen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds båta ‘van nut zijn’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands baet ‘voordeel brengen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

baten* voordeel brengen 1265-1270 [CG Lut.K]

Overige werken

Julius Pokorny (1959), Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch, Bern.

bhā̆d- ‘gut’

Ai. bhadrá-ḥ ‘erfreulich, glücklich, gut’, n. ‘Glück, Heil’, sú-bhadra-ḥ ‘herrlich’ = av. hu-baδra- ‘glücklich’;
got. batiza ‘besser’, batista ‘bester’, aisl. betre, betstr, ags. bet(e)ra, betst, ahd. bezzir(o), bezzist, nhd. besser, best; dazu das Adv. des Kompar. aisl. betr, ags. bet (*batiz), ahd. baz (*bataz, erstarrtes Neutr. ‘Nutzen’); aisl. bati m. ‘Verbesserung, Heil’, afries. bata m. ‘Vorteil’, mhd. bazze ds.; got. gabatnan ‘Nutzen erlangen’, aisl. batna ‘besser werden’, ags. batian, ahd. bazzen ds.; mit Ablaut got. bōta f. ‘Nutzen’, aisl. ags. bōt ‘Besserung, Ersatz’, ahd. buoz(a) f. ‘Besserung, Buße’.

WP. II 151 f., Feist 83, 103, 174, J. Weisweiler Buße (1930).

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal