Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

basta - (genoeg!)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

basta tw. ‘genoeg’
Vnnl. basta ‘genoeg’ [1598; Delattre 12].
Ontleend aan Italiaans, Spaans of Portugees basta (bijv. bij het Spaanse werkwoord bastar ‘volstaan’ [15e eeuw]), waarin het oorspr. zowel een imperatief als een indicatief 3e pers. ev. kan zijn. Het werkwoord gaat terug op vulgair Latijn *bastāre ‘dragen’ (waarbij ook → baton), wrsch. < Grieks bastázein ‘heffen, dragen’ (van onduidelijke verdere herkomst), of verwant met → basis.
De betekenisontwikkeling van vulgair Latijn *bastāre is wrsch. als volgt geweest: ‘dragen’, ‘verdragen’, ‘uithouden’, ‘er genoeg van hebben’ naar ‘genoeg zijn’. In de betekenis ‘verdragen, uithouden’ is het werkwoord al in het Ouditaliaans geattesteerd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

basta1 [genoeg!] {baste 1617} < spaans basta en < italiaans basta, gebiedende wijs van bastar, resp. bastare [genoeg zijn] < middeleeuws latijn bastare [idem] < bene stare [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

basta is uit een romaanse taal overgenomen, vgl. ital. sp. basta ‘het is genoeg’. Het woord komt reeds bij Bredero voor, in Duitsland sedert de Dertigjarige oorlog, dus misschien uit de soldatentaal. Anderen denken aan een matrozenwoord, dat van de Portugezen uit Indië zou zijn overgenomen (Hesseling, Afrikaans 297, n. 1). Het vulg. lat. bastare ‘genoeg zijn’ stamt eerder uit gr. bastãn voor bastázein ‘dragen’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† basta tussenw., sedert 17e eeuw, wordt gewoonlijk beschouwd als ontleend aan it. basta ‘het is genoeg’. Daar het woord reeds bij Bredero voorkomt, moet ook rekening gehouden worden met de mogelijkheid, dat het aan het Portugees is ontleend en uit Indië als matrozenwoord in het Ndl. is gekomen. (Vgl. Hesseling Afrikaans2 p. 97 noot 1). Ook in andere talen (Hd. Eng. De. Zw.) ontleend, maar daar toch waarsch. van it. of spa. herkomst.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1basta tw.
Uitroep waarmee iemand beveel word om op te hou met iets of waarmee te kenne gegee word dat jy genoeg gehad het van iets.
Uit Ndl. basta (1622). Eerste optekening in Afr. by Changuion (1844).
D. basta (17de eeu), Eng. basta (1596), Fr. basta.

2basta ww.
Ophou.
Afleiding van basta (1basta). Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

basta I: uitr., “genoeg! hou op! skei uit!”; Ndl. basta (sedert 17e eeu, bv. by Bredero) uit It. basta, maar FvWvH meen uit It. of Port., terwyl Frank (veral TB 112-3) “Basterport.” (d.w.s. Mal.-Port.) herk. voorstaan. Eng. kon dit via It. of Sp. basta gekry het, soos Klu (EW) vir Hd. aanneem, terwyl Fr. baste reeds in die 16e eeu het. In die 17e eeu feit. ’n intern. wd. in die seemt. en soldt. wu. wsk. aan die Kaap opgeneem (soos deur WNT, Bosm AMP 81, en Bosh VT 135 aanvaar).

basta II [+]: “kaartspelterm” (weinig bek.); Ndl. basta (sonder vermelding v. ouderdom, en misk. met slot-a onder invl. van basta I) uit Sp. basto, “stok”, want vroeër het daar op die betrokke kaarte knuppels verskyn (vgl. nog Eng. clubs), nou deur klawers vervang. It. het (soos Sp.) basto en Fr. baste.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

basta (Italiaans, Spaans of Portugees basta)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

basta ‘tussenwerpsel: genoeg!’ -> Indonesisch basta! ‘genoeg!’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

basta tussenwerpsel: genoeg! 1617 [WNT] <Spaans of Italiaans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

166. Basta!

is waa rschijnlijk ontleend aan het italiaansche basta, het is genoeg! genoeg! om aan te duiden, dat men van iets niet verder wil spreken of hooren.Vgl. D.C. Hesseling, Het Afrikaansch, bl. 114. Het komt o.a. voor bij Brederoo; zie Ndl. Wdb. II, 1057. Vroeger zeide men hiervoor ook: en daar mee holla! of, zooals bij Coster 507, vs. 318: en daar me lapsack! In Zuid-Nederland gebruikt men hiervoor de uitdr. het is daarmeê doef! De Bo, 240; Volkskunde XI, 168; Ndl. Wdb. III, 2741. Ook in het hd. (sedert 't laatst der 17de eeuw) en eng. basta!; fr. baste!

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal