Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

basiliek - (type kerkgebouw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

basiliek zn. ‘type kerkgebouw’
Nnl. basiliek [1854; WNT].
Ontleend aan Frans basilique ‘koninklijke hal’ [1495; Rey] < Latijn basilica ‘koninklijk gebouw, zuilenhal, gerechtszaal, beurs’ < Grieks basilikḕ stoā ‘(koninklijke) zuilengalerij (in Athene)’, afleiding van het bn. basilikós ‘koninklijk’, afleiding van basileús ‘koning’, zie → basilisk.
Bij de Grieken was basilikḕ stoā de naam voor de koninklijke hal; bij de Romeinen had basilica de betekenis van ‘groot gebouw’ dat meestal voor de rechtspraak, maar ook als markt of beurs werd gebruikt. Het christendom heeft deze bouwvorm in de 2e-3e eeuw, met enige wijzigingen, een bestemming als kerkgebouw gegeven. Tegenwoordig fungeert basiliek als een door de rooms-katholieke kerk verleende erenaam.
Lit.: Mesotten 1996, 193-194; F. Gschnitzer (1965) ‘Basileus, ein terminologischer Beitrag zur Frühgeschichte des Königtums bei den Griechen’, in: Festschrift für L.C. Franz (= Innsbrucker Beiträge zur Kulturwissenschaft 11) Innsbruck 1965, 99-112

EWN: basiliek zn. 'type kerkgebouw' (1854)
ANTEDATERING: in de gemelde Basilique Kerke [1753; Gazette 5/11]
Later: de zeven Basilieken van "Roomen" [1775; Priest 1, 168] (EWN: 1854)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

basiliek [christelijke kerk] {basilica 1824, basiliek 1869} < latijn basilica [zuilenhal, basiliek, in chr. lat. kerkgebouw] < grieks basilikè, eig. de vr. vorm van het bn. basilikos [koninklijk], van basileus [koning].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

basiliek znw. v. < lat. basilica < gr. basilikē afgeleid van basileús ‘koning’. De basilica was oorspr. bij de Grieken de naam voor de koninklijke hal, dan bij de Romeinen een groot gebouw, gewoonlijk voor het gerecht, maar ook als markt en beurs gebruikt. De Christenen hebben de bouwvorm van de basiliek in de 2de en 3de eeuw met enige wijzigingen als kerkgebouw overgenomen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

basiliek (zn.) eretitel voor kerk; Nuinederlands basiliek <1854> < Frans basilique.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

basiliek (Latijn basilica)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Basiliek (Gr. basilikos = koninklijk) was oorspronkelijk een gebouw gelijkstaand met onze gerechtshoven of paleizen van Justitie. De oude basiliek bestond meestal uit een groote langwerpige zaal, aan een of aan de beide uiteinden op een halven cirkel uitloopend. Velen hadden alleen het middenschip, de grootste vertoonen, behalve dat middenschip, aan weerskanten een zijbeuk, die er door een rij kolommen van gescheiden is. In de halfronde ruimte zetelden de rechtbanken, terwijl de ruimten tusschen de kolommen werd ingenomen door de uitstallingen van kooplieden, door geldwisselaars, die er zaken deden, enz. Zij was, met andere woorden, een overdekte vergaderplaats.
De oude Christen-basilieken geven van die der Grieken en der Romeinen geen zuiver denkbeeld. De Christen-basiliek toch bestond uit een voorhof en een tweede gedeelte, dat van den voorhof was afgesloten. De boetelingen, die niet binnen de kerk mochten komen, bleven in dien voorhof, waarop de drie deuren der kerk uitkwamen, welke toegang gaven tot een der beuken. Aan het eind van den middenbeuk stond, in het halfrond, de troon van den bisschop met aan weerszijden de banken voor de priesters; daarvoor het altaar en voor het altaar een van het middenschip afgescheiden ruimte voor het koor. De grootste basilieken zijn gebouwd in kruisvorm; daarin loopt vlak voor het halfrond een dwarsbeuk, die met het middenschip een kruis vormt.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

basiliek christelijke kerk 1869 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal