Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bars - (nors)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bars [nors] {1617} < nederduits barsch [scherp van smaak, ranzig, bars], van dezelfde stam, met de betekenis ‘scherp’, als baars1 en borstel.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bars bnw. < nd. barsch, basch ‘scherp (van smaak), ranzig, bars’, ontleend in de 17de eeuw, vanwaar het ook in het nhd. en zw. overgenomen werd. Men verbindt het woord met een wt. *bars ‘spits, puntig’, waarvoor zie: baars en borstel.

Een ander woord is dial. wvl. bats ‘stuurs’, kampens bats ‘stuurs’, veluws ‘bars, kortaf’, in Elten-Bergh ‘brutaal, overmoedig’, De eig. betekenis is te vinden in drents bats ‘trots, ijdel’, gron. bats ‘ijdel, pronkzuchtig’, fri. batsk ‘trots, stuurs’, te vergelijken met westf. batsig, vroegnhd. batzig, nhd. patzig ‘snoevend, bluffend’. Dit hangt samen met het ww. batzen ‘kleverig, week zijn’ (< *backezen), waarnaast batzen ‘klomp, dik stuk’. In het ndl. is duidelijk een betekenis-uitwisseling tussen dit bats en bars.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

barsch bnw., nog niet bij Kil. Vgl. ndd. ba(r)sch “scherp (van smaak)”, ook “barsch”, waaruit nhd. barsch, de. zw. barsk “barsch, ruw” ontleend zijn. Wegens de bet. “scherp” brengt men dit woord in verband met borstel. Het late optreden (’t vroegst in het 16.-eeuwsch Ndd.) maakt dat onwsch.: toen bestond er wsch. geen woord van deze basis, waarvan barsch gevormd zou kunnen zijn. Het ndl. woord komt misschien uit het Ndd., maar voor ’t ndl. taalgevoel is het van ouds een afl. van bar (zie baar V) geweest; door den uitgang –s(ch) associeerde het zich met nors e. dgl. Moeilijk vast te stellen zijn de betrekkingen tusschen barsch en bats(ch), eerst nnl., dat wvla. “stuursch” beteekent, evenzoo bij Kampen; op de Veluwe “barsch, kortaf”, bij Bommel “trotsch, vinnig”, Elten-Berghsch “brutaal, overmoedig”, achterh. “id., moeilijk”. De oorspr. bet. was “trotsch, brutaal”; vgl. nog dr. bats(ch) “trotsch, ijdel”, gron. bats(k) “ijdel, zich zwierig kleedend”, fri. batsk “trotsch, onvriendelijk, stuursch”, westf. batsig, hd. patzig “bluffend, snoevend”, oudnnl. bats(ch) “trotsch, brutaal”, bij Kil. “listig, sluw”. De oorsprong is onbekend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

bars[ch]. Reeds begin 17e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

barsch bijw., van denz. wortel ala borstel; Hgd. barsch alsook Zw. & De. barsk uit Ndl.; — van een bijvorm met klankverwisseling komt Fr. brusque.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3bars b.nw.
1. Stuurs, ru, onvriendelik. 2. (plat) Swaar, moeilik.
In bet. 1 uit Ndl. bars (ongeveer 1635). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel.
D. barsch (16de eeu).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bars (Nederduits of Duits barsch)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bars ‘nors’ -> Deens barsk ‘nors’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors barsk ‘nors, ruw, hard, streng’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds barsk ‘streng en moeilijk toegankelijk persoon; nors’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bars nors 1617 [Toll.] <Nederduits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal