Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

barnsteen - (fossiele hars)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

barnsteen zn. ‘fossiele hars’
Mnl. bernsteen, barnsteen ‘brandbare steen, amber’ [1315; MNHWS]; vnnl. barnincsteens (genitief) [1514; MNW], barnsteen [1599; Kil.].
Ontleend aan mnd. bern-, barn-, börnstēn ‘brandbare steen’ [13e eeuw], waarvan het eerste deel afgeleid is van het werkwoord bernen, barnen, burnen ‘branden’ (naast Duits brennen, de vorm zonder r-metathese), zie → branden; het tweede deel is → steen in de betekenis ‘edelsteen’. Volgens MNW is het een samenstelling uit berninge ‘brandstof’ en steen.
Nhd. Bernstein [18e eeuw] (equivalenten zijn mhd. brennstain en burnsteyn [14e eeuw]) < mnd. bernstin; nfri. barnstien; on. brennisteinn ‘zwavel’ (nzw. bärnsten ‘barnsteen’ < mnd.).
Barnsteen, een verzamelnaam voor een groep fossiele harsen, is het oudste bekende handelsproduct; het werd al aangetroffen in het koningsgraf in Ur in 4000-3000 voor Chr. In deze contreien raakte barnsteen bekend als product van de Noord-Duitse Oostzeekust. Het gaat om hars van uitgestrekte, oorspr. subtropische naaldboomwouden in het Tertiair. De fossiele relicten die in barnsteen gevonden worden, zijn van groot wetenschappelijk belang voor de kennis van flora en fauna uit die tijd. De steen komt in verschillende kleuren voor, variërend van lichtgeel tot donkeroranje en bruin.
Het woord barnsteen heeft een genusverandering van mannelijk naar (ook) onzijdig ondergaan sinds het woord als productnaam ging fungeren.
Een andere naam voor barnsteen is geleamber. Met amberkleurig bedoelt men de kleur van barnsteen.
Lit.: E. Meineke (1984) Bernstein im Althochdeutschen. Mit Untersuchungen zum Glossar Rb., Göttingen; M. Philippa (1997) ‘Branden’, in: OT 66, 96

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

barnsteen [harde hars, amber] {bernsteen 1315} < middelnederduits bernstēn, barnstēn, van bernen, barnen [branden, vlammen, flikkeren, fonkelen] + steen [steen, edele steen]; de betekenis is vergelijkbaar met het gr. woord voor barnsteen èlektron, dat ‘het stralende’ betekent.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

barnsteen znw. o., mnl. bernsteen, later barnsteen (Kiliaen) zo genoemd omdat het fossiele boomhars in hoge mate brandbaar is. Het werd aan de kusten van Jutland en Samland gewonnen; het woord kwam over het mnd. bernstēn, barnstēn tot ons. Het woord steen betekent hier ‘edelsteen’, wat kan blijken uit de vertaling lucida gemma door de Karolingische hofdichter Ermoldus Nigellus.

Een andere naam voor deze stof is amber. In de oudheid heette het bij de Germanen *glēsa (vandaar lat. glēsum), waarvoor zie: glas.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

barnsteen znw. (de en het), laat-mnl. bernsteen m., Kil. barnsteen (“Germ. Sax. Sic.”). Wsch. evenals hd. bernstein m. uit mnd. bernstên, barnstên (ook bornstên) m. 1. “barnsteen”, 2. “baksteen”. De oorspr. bet. is “gebrande steen” en ’t woord hoort bij mnd. bernen, barnen, burnen (zie branden). Mnl. komt ook bernincsteen m. “barnsteen” voor. De Teuth. kent bernstein “aechtenstein, agates, gagates, bornix”. Een andere naam voor “barnsteen” is (gele) amber. De oudgerm. benaming was *ʒlêsa-, -za-, gelatiniseerd glêsum; zie glas.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

barnsteen m., saamgest. met den stam van barnen (z.d.w.), dus = brandende steen.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

barnsteen (MiddelnederDuits barnstēn)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

barnsteen ‘harde hars, amber’ -> Fries barnstien ‘harde hars, amber’; Zweeds bärnsten ‘harde hars, amberkleurige steen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

barnsteen harde hars, amber 1315 [HWS] <Nederduits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal