Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baptist - (doopsgezinde)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

baptist zn. ‘doopsgezinde’
Nnl. Baptisten (mv.) “Doopers” [1786; WNT Aanv.], baptist ‘doopsgezinde’ [1845; Toll.], maar al mnl. als aanduiding voor de bijbelse figuur Johannes de Doper: te sinte iohans messe baptist [1269; CG I, 141].
In de moderne betekenis ontleend aan Frans baptiste ‘doopsgezinde’, dat net als de Middelnederlandse vorm teruggaat op middeleeuws Latijn baptista ‘doper’, afleiding van het werkwoord baptizāre < Grieks baptízein ‘dopen, onderdompelen’ < báptein ‘indompelen’.
De vaste verbinding Johannes Baptista diende om de bijbelse figuur Johannes de Doper te onderscheiden van de evangelist Johannes. Aan Baptiste als Franse eigennaam is volgens sommigen → batist ontleend.

EWN: baptist zn. 'doopsgezinde' (1786)
ANTEDATERING: twee Geloofsbelydenissen der "Baptisten" [1770; Vad.lett. 4, 1, 303]
Eerder al: de gheborte sant jans baptisch 'de geboorte van St.Jan de Doper' [1257; VMNW] (EWN: 1269)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

baptist [doopsgezinde] {1856, Jan de Baptist [Johannes de Doper] 1254} < frans baptiste < latijn baptista < grieks baptistès [doper], van baptizein [onderdompelen, nat maken, dopen], gevormd bij baptein [indompelen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

baptist znw. m. of wederdoper, zo genaamd naar hun bijzondere wijze van dopen, afgeleid van lat. baptizare < gr. baptízein ‘onderdompelen, dopen’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

baptist ‘doopsgezinde’ -> Indonesisch baptis ‘doop’; Javaans baptis ‘doop’; Surinaams-Javaans baptis, baptisan ‘doop’.

dompelaar ‘baptist’ -> Amerikaans-Engels dumpler ‘baptist’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

baptist doopsgezinde 1856 [WNT vereenigd] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal