Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

banknoot - (bedrag van 50 cent)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bank’noot (de, -noten), (weinig gebr.) bedrag van 50 cent*. Op een dag kwam een van de buren hem vragen om hem drie halve guldens* te lenen om een auto te huren (). Maar als hij grondproducten verkocht had, zou hij de drie banknoten terug betalen (De Groot & D. 23). - Etym.: WNT (1898): banknoot = bankbiljet, in het dagelijks leven niet meer gebr. Vgl. E banknote, D Banknote = bankbiljet. Zie echter banknotoe*, dat meer gebr. is. - Zie ook: bankoe*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal