Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

banjeren - (heen en weer lopen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

banjer zn. ‘branie, patser’ (Bargoens).
Nnl. in de (synonieme) samenstelling banjerheer ‘grote heer, branie’ [1746; Kruyskamp], banjerds (mv.) ‘opscheppers’ [1859; WNT aftarnen], banjer ‘branie’ [1860; Moormann 1932].
Ontleend aan Maleis banyak ‘veel’. Gezien de betekenis van het verwante werkwoord banjeren ‘heen en weer lopen’ [1900; WNT baanderheer], ‘veel branie maken, nerveus heen en weer lopen’ lijkt ook invloed van Maleis banjir ‘stroom, invasie, toevloed; overstroming, vloed’ en van het werkwoord (mem)banjir ‘overstromen; toestromen, binnenstromen’ niet uitgesloten.
De associatie met baanderheer ‘heer die onder eigen banier optrekt’ [ca. 1500; MNHWS], later ‘iemand die als heer leeft of zich zo voordoet’ [1624] en gevormd bij → banier, moet secundair zijn, waarbij het zn. baan ‘weg, straat’ een rol gespeeld kan hebben.
Uit het Maleis stammen voorts ook de vormen nnl. banjer ‘veel’ [1767; Kruyskamp], banja, banje ‘zeer’, baing ‘erg, zeer veel’ [1919; Koenen] en nfri. banjer ‘branie’ [1822], banjerhear [1836], banjerje ‘heen en weer lopen, flaneren’ [1901], banjer ‘zeer, erg; zat, plenty’ [1900-01]; Afrikaans baie ‘zeer’, reeds 1780 als banje (Boshoff & Nienaber).
Lit.: Endt 1972, 7; C. Kruyskamp (1946) ‘Banjer, banjerheer, banjaard’, in: TNTL 64, 51-54

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

banderen vloeken, onverschillig en ruw te werk gaan, onrustig heen en weer lopen (Utrecht). Vermoedelijk hypercorrect ‹ banjeren ‘zich als een banjer gedragen’, welk woord een transpositie is van banjer, dat verkort is uit banjerheer waarvan het eerste deel aanwezig is in zafrik. baie ‘veel’ en door ontlening komt uit maleis banyak of aanverwante vorm.
Nagel e.a. 51, Scholtmeijer 58, EWD 81.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal