Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bandbreedte - (afstand tussen etherfrequenties)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

bandbreedte, aan de afstand tussen etherfrequenties ontleende metafoor voor ‘bepaalde speelruimte’. Vooral gebruikt door politici. Sinds het begin van de jaren tachtig.

Fraai is eveneens de uitspraak van CDA-lijsttrekker Heerma: ‘De mix van elementen die geld kosten moeten bekeken worden, want de bandbreedte waarin we opereren moet optimaal zijn.’ (De Volkskrant, 02/05/87)
De bandbreedte van de commissie van vijf procent is aan de té royale kant. (Jos Brink: Laat mij maar schuiven, 1988)
... kan Alders anders binnen de hem gegeven politieke bandbreedte? (De Tijd, 24/08/90)
Bandbreedte. (Steeds krapper wordende) ruimte die mensen nog hebben om in hun dagelijkse noden te voorzien. (Albert Hofstede: Parlementaal, 1991)
De aandelen van Vedior werden vorige week geprijst in een bandbreedte van 34–37 gulden, die vervolgens werd verhoogd tot 37–40 gulden... (NRC Handelsblad, 07/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal