Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

balsturig - (ongezeglijk, eigenzinnig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

balsturig bn. ‘ongezeglijk, eigenzinnig’
Mnl. balstuyrich ‘moeilijk te besturen, weerspannig’ [1477; Teuth.].
Samenstellende afleiding met → -ig uit het werkwoord → sturen en een eerste lid bal- ‘slecht’ zoals in → baldadig.
Verder alleen bekend in de naburige Germaanse talen: mnd. balsturich; nfri. balstjoerich, balstjurrich.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

balsturig* [grillig] {balstuyrich 1477} van bal- (vgl. baldadig) + sturen + -ig, lett. ‘moeilijk te sturen’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

baldadig

Er zijn in het Nederlands drie woorden die duidelijk bij elkaar horen: baldadig, balorig en balsturig. In alle drie betekent bal: slecht. Een baldadige jongen verricht dus slechte daden, in het bijzonder straatschenderijen. Balorig luidde vroeger: balhorig, doof. Nu verstaan wij er onder: iemand die niet horen wil, die tegen de keer in is, uit z’n humeur. Balsturig is nu ook wel duidelijk. Men zei het voorheen van schepen; in het Westfries wordt het gebruikt van moeilijk te regeren paarden. En in die zin van wederspannig bezigen wij het ook van mensen.

Wie aan dit drietal het woord ballast zou toevoegen, zou een fout maken. Ballast komt van bar-last: bare, blote last, waardeloze last. Het woord bar komt in deze betekenis ook voor in: barrevoets, blootsvoets.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

balsturig bnw., mnl. balsturich, balstuyrich, mnd. balstūrich ‘moeilijk te sturen, weerspannig’. Samengesteld met het woord bal- ‘slecht’, waarvoor zie: baldadig.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

balsturig bnw., reeds in den Teuth. balstuyrich “sonder dwanc, importunus, insolens”, mnd. balstûrich “moeilijk te sturen, bandeloos, wederspannig” (vanwaar noorw. dial. en de. balstyrig, zw. dial. balstyruger “bandeloos, uitgelaten”). Westf. balstürig wordt speciaal van paarden gebruikt. Dit woord is een dgl. formatie als mnl. balhôrich.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

baldadig. I.pl.v. ohd. balo o. lees: ohd. balo m. (o.).
De oudste bet. van dit germ. znw. *ᵬalwa- was misschien ‘plaag, kwelling’, vgl. got. balwjan = gr. basanízein ‘met pijniging ondervragen, folteren’. De ethische betekenis ‘slechtheid, zonde’ zal dan onder invloed van het Christendom zijn opgekomen. Vgl. Weisweiler IF. 41, 70 vlgg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

balsturig bijv., = moeilijk te sturen, saamgest. met bal van baldadig (z.d.w.) en een afl. van sturen.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Baloorig = slecht van oor zijnde (bal = slecht, zie baldadig), doof voor raadgevingen, opstuivend. Evenzoo: balsturig = slecht van stuur zijn (letterlijk een schip, bij overdracht ook een driftig mensch).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

balsturig ‘koppig’ -> Deens balstyrig ‘koppig’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors balstyrig ‘koppig’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds bålsturig ‘weerspannig, koppig, onhandelbaar’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

balsturig* koppig 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal