Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

balije - (onderafdeling van de Tempeliers)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

balije [onderafdeling van de Tempeliers] {1815} < middeleeuws latijn bajulia, baillivia [commanderij van de hospitaalridders], van bajulus, ballius (vgl. baljuw). Al in het middelnl. bekend als baelge {1450}.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Balije van Utrecht. Naast de Tempelieren (z. d. w.) en de Johanniter orde (z. d. w.) ontstond tijdens de kruistochten in Jeruzalem een derde geestelijke orde en wel vooral ten behoeve van Duitsche pelgrims. Deze orde werd die der Duitsche Ridders genoemd en in 1191 door den Paus erkend. Zij stelde zich ten doel: verpleging der zieken en bekeering der heidenen en wel hoofdzakelijk in het Duitsche Rijk (o. a. werden de heidensche Pruisen bekeerd). De orde verkreeg door den steun van de Pausen en vele vorsten groote bezittingen, zoowel in Europa als in Azië. Deze bezittingen werden oorspronkelijk in 12 provinciën verdeeld, die balijen genoemd werdenBalije (Middel-Latijn: ballivus; Fransch: baille, ons baljuw) beteekent oorspr. verpleger, voogd; daarna opziener, bestuurder. De opper-gouverneur van den kroonprins aan ’t Byzantijnsche hof heette Bajulos; de Venetiaansche consul en de gezant heetten eveneens balio of baïlo. De 8 medeleden van ’t kapittel der Johanniterorde heetten elk ook ballivus en deze naam werd later ook gegeven aan de provinciën zelf. In ons land sprak men van balije.; één er van was (en is nog) Utrecht, volledig: De Balije van Utrecht der Duitsche Orde. Zij bezit verschillende goederen in ons land (n.l. te Dieren, Maasland, Tiel, Rhenen, Leiden, Schoten, Doesburg, Schelluinen, Middelburg en Schoonhoven), waarvan de inkomsten aan de leden der orde ten goede komen. Elk lid moet om toegelaten te kunnen worden minstens sedert 4 geslachten van adel zijn. Het Bestuur heet kapittel, het bestaat uit een Landcommandeur, den Coadjutor (tevens commandeur) en negen andere commandeurs, die elk één der bovengenoemde bezittingen hebben; ook zijn er nog twee Jonkheeren aan toegevoegd (“kapittelridders”), die echter geen beslissende stem hebben. De andere leden heeten “ridders-expectanten”‘ (± 18).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal