Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

balein - (substantie uit de walvisbaard; versterkingsstaafje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

balein zn. ‘substantie uit de walvisbaard; versterkingsstaafje’
Mnl. baleine ‘walvis’ [1288; CG I, 1337]; nnl. balein ‘buigzaam staafje’ [1778; WNT].
Ontleend aan Oudfrans baleine ‘walvis’ [1080; Rey] < Latijn bal(l)aena < Grieks phállaina, dat wellicht ontleend is aan een onbekende brontaal, maar misschien ook teruggaat op een wortel die ‘zwellen’ betekent, zoals in Grieks phallós ‘penis’ (zie → fallus) en in → bal 1.
Ook de latere betekenissen zijn overgenomen uit het Frans. Uit de baard van een walvis werd een veerkrachtig materiaal gemaakt dat metonymisch ook balein werd genoemd. Omdat dit materiaal veelal in de vorm van repen of staafjes werd gebruikt, bijv. ter versteviging van een corset of paraplu, heten nu bij uitbreiding ook staafjes met dezelfde functie maar van ander materiaal baleinen.

EWN: balein zn. 'substantie uit de walvisbaard; versterkingsstaafje'; de betekenis 'walvisbalein' (1778)
ANTEDATERING: bereyde als onbereyde walvisch baleynen 'geprepareerde en ongeprepareerde walvisbaleinen' [1620; iWNT walvisch]
{De eerste attestatie in het EWN moet luiden: baleins smouts '(van) walvisvet' [1288-1301; CG I, 1337].}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

balein [walvisbaard] {baleine [walvis] 1288} < oudfrans baleine [idem] < middeleeuws latijn balena, baleina [idem, balein] < latijn bal(l)aena [walvis] < grieks phallaina, van phallos als tussenstap in de betekenisontwikkeling kan men dan ‘zwemmende, volumineuze massa’ zien.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

balein znw. o., vgl. mnl. baleine ‘walvis’ < fra. baleine < lat. balena < gr. phállaina ‘walvis’. Ook de huidige bet. van balein is uit het fra. overgenomen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

balein znw., mnl. baleine v. “walvisch”. Ontleend uit fr. baleine en dit uit lat. bal(l)aena, een (in ʼt Noorden van ʼt Balkanschiereiland ontstane?) vervorming van gr. phállaina “walvisch”. In de bet. “balein” is ʼt woord ontleend uit fr. baleine, dat reeds vroeger ook deze bet. had gekregen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

balein o., uit Fr. baleine = 1. walvisch, 2. walvischbaard, van Lat. ballaena.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

berlein, zn.: balein. Met epenthetische r en verdofte voortonige klinker uit balein.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

balein s.nw.
1. Buigsame stof uit walvisbaard vervaardig. 2. Veerkragtige repie of stafie om 'n gedeelte van 'n kledingstuk, bv. 'n boordjie, styf te hou.
Uit Ndl. balein (1727 in bet. 1, 1778 in bet. 2). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm balyn.
Ndl. balein uit Fr. baleine uit Latyn ballaena, 'n verbastering van Grieks phallaina 'walvis', in dié bet. oorgeneem in Mnl. Later word baleine in Fr. gebruik as verkorting van fanon de baleine 'walvisbaard' en kom met dié bet. weer in Ndl.
Sp. ballena.
Vgl. walvisbaard.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

balein, blein (M), zn.: stalbezem. Ook samenst. blinen bustel (Boekhoute), bleine bostel (Overboelare). Ofr. balain, balai 'zweep, bundel rijshout, brem, bezem' uit Gallisch *banatlo, Bretons balazn, balain, banatlo 'brem'. Bezems werden nl. vaak gemaakt van bremtwijgen; vgl. genstebessem i.v. genst.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

balein (Frans baleine)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

balein ‘walvisbaard’ ->? Duits dialect Balin ‘staafje’; Soendanees baling ‘korsetversteviging van walvisbaard’; Papiaments balein ‘dun veerkrachtig stangetje’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

balein walvisbaard 1778 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal