Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

babbe - (kwijldoekje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

babbe* [kwijldoekje] {quijl-babbe 1657} klankschilderend gevormd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

babbe(n), bebbe(n), beuben, bubben, fabbe(n), febbe(n), zn.: kinderachtig kind, verwend kind (dat nog graag vertroeteld wordt), troetelkind. Baker- of brabbelwoord - zoals mama, papa, kaka - uit de kindertaal, te vergelijken met E. babe, dat o.m. ‘naïeveling, doetje’ betekent, Me. baban. Beuben, bubben door klinkerronding tussen twee b’s. Fabben/febben door een soort dissimilatie met expressieve f.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

babbe zn. v.: slabbetje (ook Wvl.); (naar analogie) hangend haardscherm. Verwant met babbelen ‘de kaken bewegen’. Fr. bave ‘kwijl’ < Mfr. baver ‘babbelen, kwijlen’. Volkslat. baba ‘gebabbel van kinderen’ < expressieve wortel *bab- ‘beweging van de lippen’. Samenst. babbeschorte ‘schort met een hartje’.

pabbedoekje, zn. o.: slabbetje. Samenst. van doekje met pabbe, door b/p-verscherping uit babbe (zie i.v.).

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

babbe 1 (ZV), zn. v.: slabbetje. Ook Wvl. Verwant met babbelen 'de kaken bewegen'. Fr. bave 'kwijl' < Mfr. baver 'babbelen, kwijlen'. Volkslat. baba 'gebabbel van kinderen'.

babbe 2 (G), zn. v.: zonderlinge vrouw (mel.). Vgl. Wvl. babe 'sullige, truttige vrouw'. Ofwel uit de voornaam Babe < Barbara (De Bo). Voornamen komen wel meer als dusdanig voor (b.v. Kalle, Bette). Ofwel babbe 'gezwel' voor dikke vrouw.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

babbe gezwel aan keel (West-Vlaanderen). borstlap aan vrouwenkleding (Marken). Klankschilderend woord. Vgl. eng. bib ‘slab’.
WNT II 846-847, De Bo 63.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

babbe 1 (DB, P), zn. v.: gezwel, kwab aan de wang (DB), bof (kinderziekte) (P). Wsch. verwant met Ndl. bof, Mnl. boffe ‘dik gezicht’. Of van een wortel *bab ‘grimas’?

babbe 2, zn. v.: slab, kwijldoekje. Verwant met babbelen ‘de kaken bewegen’. Fr. bave ‘kwijl’< Mfr. baver ‘babbelen, kwijlen’. Volkslat. baba ‘gebabbel van kinderen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal