Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baaien - (warmen, koesteren)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

baaien ww., in Noord-Brabant en zuid-nederl. dialecten is een oud woord voor ‘warmen, koesteren’, vgl. ohd. bājan, bāen, mhd. bæjen, nhd. bähen ‘door omslagen verwarmen’. — Afgeleid van idg. *bhē ‘verwarmen’. — Zie: bad en bakken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

baaien, baan, beien, ww.: betten, week maken in water; een stok in het vuur steken om hem te ontschorsen en te buigen. Ook de voeten baaien ‘een voetbad nemen’. Ook Br. en Ovl. baaien ‘betten’, Wvl. baaien ‘met natte doek bevochtigen’ (De Bo). Vnnl. baeyen oft baden ‘baigner’ (Lambrecht). Misschien hetzelfde woord als Ohd. bâen ‘verwarmen’, Mhd. bæhen, bæ(je)n, D. bähen ‘met warme omslagen behandelen’, aangezien Brabants zich baaien ook ‘zich warm houden bij de haard’ (Schuermans) betekent. Verwant met baden (Weijnen, Kluge). De Brabants-Limburgse betekenis ‘een voetbad nemen’ suggereert dan weer baaien < baden (zoals bij Lambrecht), met i-glijder na d-syncope. Ook betten gaat trouwens etymologisch op bad terug. – Bibl.: H.L. Bezoen, Mndl. (Wvla.) baeyen, Oostndl. beeën. TNTL 55 (1936), 171-173.

booien, ww.: (stokken) buigen door ze door het vuur te halen. Uitspraakvar. van baaien 1.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

baaien 1, beien, ww.: betten. Ook de voeten baaien ‘een voetbad nemen’, de schotels beien ‘de borden afspoelen met kokend water’, ’n stok beien ‘een stok in kokend water leggen’. Ook Ovl. baaien ‘betten’, Wvl. baaien ‘met natte doek bevochtigen’ (De Bo). Vnnl. baeyen oft baden ‘baigner’ (Lambrecht). Misschien hetzelfde woord als Ohd. bâen, Mhd. bæhen, bæ(je)n, D. bähen ‘met warme omslagen behandelen’, aangezien Brabants zich baaien ook ‘zich warm houden bij de haard’ (Schuermans) betekent. Verwant met baden (Weijnen, Kluge). De Brabants-Limburgse betekenis ‘een voetbad nemen’ suggereert dan weer baaien < baden (zoals bij Lambrecht), met i-glijder na d-syncope. Ook betten gaat trouwens etymologisch op bad terug. – Bibl.: H.L. Bezoen, Mndl. (Wvla.) baeyen, Oostndl. beeën. TNTL 55 (1936), 171-173.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

baaien, baaieren, banjeren, bwaan ww.: pootjebaden; overal doorheen stappen, door slik lopen. Vgl. Vl. baaien ‘betten’. Vnnl. baeyen oft baden ‘baigner’ (Lambrecht). Misschien hetzelfde woord als Ohd. bâen, Mhd. bæhen, bæ(je)n, D. bähen ‘met warme omslagen behandelen’, aangezien Brabants zich baaien ook ‘zich warm houden bij de haard’ (Schuermans) betekent. Verwant met baden (Weijnen, Kluge). De Brabants-Limburgse betekenis ‘een voetbad nemen’, zoals ook de Zeeuwse, suggereert dan weer baaien < baden (zoals bij Lambrecht), met i-glijder na d-syncope. Ook betten gaat trouwens etymologisch op bad terug. Baaieren is een freq. bij baaien.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

baaien (G, W, ZO), ww.: betten. Ook Wvl. baaien 'met natte doek bevochtigen' (De Bo). Vnnl. baeyen oft baden 'baigner' (Lambrecht). Misschien hetzelfde woord als Ohd. bâen, Mhd. bæhen, bæ(je)n, D. bähen 'met warme omslagen behandelen', aangezien Brabants zich baaien ook 'zich warm houden bij de haard' (Schuermans) betekent. Verwant met baden (Weijnen, Kluge). De Brabants-Limburgse betekenis 'een voetbad nemen' suggereert dan weer baaien < baden (zoals bij Lambrecht), met i-glijder na d-syncope. Ook betten gaat trouwens etymologisch op bad terug.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

baaien, boue, beeë, baan, bejje, bèje met kokend water afwassen, betten, in de week zetten (Zuid-Nederland). = hgd. bähen (= ohgd. bâjan) ‘met omslagen verwarmen’. Van een i.e. basis die ook aanwezig is in bad en bakken. Niet identiek met n.o. beeën ↑ ‘in de week zetten’, dat een contaminatie van baaien en baden (= ohgd. badon) is.
TNTL LV 171-174, 290, Tuerlinckx 47, Cornelissen/Vervliet 171.

bīēn weken (Enschede). ~ oeng. bedian ‘nat maken’ ~ betten ~ baden. Vgl. lonn. stīēes ‘niet van zijn plaats willend, gez. van een paard’ naast stede, stad. Dit wijst op een oude vorm met a en umlautsfactor.
Bezoen 1938, 6.

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Baai ww. ’n Wond baai (Ndl. betten). – Joos 84: “Baaien, met eenen natten doek... zacht bevochtigen en zuiveren. Eene wonde baaien.” So ook Corn. en Vervl., De Bo. Tuerlinckx. Baaien is volgens die Ndl. Wdb. II, 802, in Noord-Nederlands onbekend. Betten is ’n oorspronklike Friese vorm. Vgl. Fr. – v. Wijk: dit word weer deur Kiliaen as Fland. opgegee. Dit is opvallend dat Afrikaans die woord baai ken, tensy dit ’n anglisisme is, wat ek nouliks kan aanneem.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal